Lopend

Bloeddruk & glaucoom

In Nederland zijn er miljoenen mensen met een te hoge of een te lage bloeddruk. Uit eerder onderzoek is gebleken dat al deze mensen een verhoogd risico hebben glaucoom te ontwikkelen. Daarom is het belangrijk te weten hoe dit mechanisme werkt en wie de ziekte zal ontwikkelen.

In de meeste gevallen is een te hoge oogdruk de oorzaak van het verloren gaan van zenuwvezels, maar wat die hoge oogdruk vervolgens veroorzaakt blijft vaak een mysterie. De diagnostiek en progressiemonitoring zijn op dit moment voornamelijk gebaseerd op gezichtsveldbeoordeling en het meten van de dikte van het netvlies. Helaas heeft dit als nadeel dat in de zeer vroege of zeer late stadia van de ziekte deze technieken geen betrouwbaar beeld geven en dit resulteert in een vertraagde diagnose en onbetrouwbare bewaking van de achteruitgang.

Daarnaast is nog onvoldoende bekend wat risicofactoren zijn van de ziekte. De mechanismen achter het afsterven van zenuwvezels (ganglioncellen) worden slecht begrepen. Er is nog te veel niet duidelijk. Wel is inmiddels vastgesteld dat de dood van deze ganglioncellen resulteert in een verminderde zuurstofbehoefte en een gelijktijdige afname van de bloedstroom. Er is echter ook een theorie dat een verminderde of onstabiele bloedtoevoer niet alleen een gevolg is, maar ook een oorzaak van glaucoom. Dit staat bekend als ‘het kip-en-ei-dilemma bij glaucoom’: is de verminderde of onstabiele bloedtoevoer de oorzaak of het gevolg van glaucoom?

Dat is de vraag waar antwoord op moet worden gevonden. Dit wordt ondersteund door de ontdekking dat het risico op het ontwikkelen van glaucoom hoger is bij mensen met een heel lage bloeddruk en soms zelfs als gevolg van overbehandeling van een hoge bloeddruk. Dit brengt ons bij de onderzoeksvraag: ‘Wat is de rol van de bloeddruk in de ontwikkeling van glaucoom?’

Iris

Meer over glaucoomonderzoek

Lees verder

Dit is wat een persoon ziet met