01 oktober 2018

Nationale Rapportage Oogzorg 2018

Zichtverlies neemt toe. Tegelijkertijd worden wachtlijsten voor oogzorg in het ziekenhuis alsmaar langer. Vroege diagnose is nodig om het risico op slechtziendheid of blindheid te verminderen. Vandaag lanceren het Oogfonds en Specsavers de Nationale Rapportage Oogzorg 2018 waarin zij de stand van zaken geven van de oogzorg en de ontwikkelingen hiervan in Nederland.

Zichtverlies neemt toe. Tegelijkertijd worden wachtlijsten voor oogzorg in het ziekenhuis alsmaar langer. Vroege diagnose is nodig om het risico op slechtziendheid of blindheid te verminderen. Vandaag lanceren het Oogfonds en Specsavers de Nationale Rapportage Oogzorg 2018 waarin zij de stand van zaken geven van de oogzorg en de ontwikkelingen hiervan in Nederland. Samen roepen zij op tot actie om de vergrijzende samenleving van goede oogzorg te kunnen blijven voorzien.

Oogzorg onder de loep

Gemiddeld hebben jaarlijks ruim 1 miljoen mensen in Nederland een afspraak bij een oogspecialist voor behandeling van een oogziekte, zoals staar, glaucoom, maculadegeneratie of diabetische retinopathie. Op dit moment zijn 250.000 mensen blind of slechtziend. De verwachting is dat dit in 2030 is gestegen naar 315.000 mensen, mede door de vergrijzing. Daarbij stegen de gemiddelde wachttijden in het ziekenhuis voor de oogarts naar 6,5 week in 2016, waar dit in 2013 nog op 4 weken lag. In het noorden van het land liep het gemiddelde zelfs op tot 9 weken. Met een stijging van ruim 60 procent overschrijden de wachttijden het nationaal vastgesteld maximum van 4 weken.

Edith Mulder, directeur van het Oogfonds: “Deze cijfers laten zien dat het hoog tijd is dat we in actie komen. Verlies van het zicht is bij de meeste oogaandoeningen immers onherstelbaar en het heeft een enorme impact op iemands leven en op dat van zijn of haar naasten. Soms zijn persoonlijke verhalen genoeg om aandacht te krijgen voor een belangrijk onderwerp, maar vaak geeft een cijfermatige onderbouwing net dat extra duwtje in de rug. Om de oogzorg verder te optimaliseren en toegankelijker te maken zet het Oogfonds vol in op voorlichting, bewustwording en wetenschappelijk onderzoek. Sleutelwoorden zijn preventie en doelgerichte behandeling.”

Specialistische oogzorg Nederland loopt achter

Er is een groot tekort aan oogspecialisten in Nederland terwijl de vraag alleen maar toeneemt. In Nederland zijn er op 10.000 inwoners 3,6 oogspecialisten (0,4 oogartsen, 0,7 optometristen en 2,5 opticiens). In onze buurlanden België en Duitsland ligt dit aantal hoger, respectievelijk 4,4 (0,9 oogartsen, 0,4 optometristen en 3,1 opticiens) en 5,5 oogspecialisten (0,8 oogartsen, 2,1 optometristen en 2,6 opticiens) per 10.000 inwoners.

Remko Berkel, directeur Specsavers Nederland: “Steeds meer Nederlanders krijgen te maken met slechtziendheid of blindheid. Daarnaast is de aanwas van specialisten te beperkt. Door de oplopende wachttijden kan dit in de toekomst een veel groter probleem veroorzaken. Door tijdige diagnose van oogaandoeningen verminderen we niet alleen het risico op slechtziendheid, maar ook de belasting van oogartsen. Optometristen kunnen hierin een rol spelen. Daarom gaan wij de expertise in onze winkels uitbreiden met de inzet van optometristen.  Daarnaast voeren we samen met het Oogfonds campagnes om de voorlichting over oogzorg te intensiveren. Ook nodigen wij zorgverzekeraars en politiek uit de uitkomsten van het rapport te bespreken en om samen met betrokkenen te realiseren dat oogzorg toegankelijk blijft.”

Grote financiële impact

Ook financieel heeft zichtverlies grote gevolgen. Zichtverlies en blindheid kosten de maatschappij zo’n 1.3 miljard euro per jaar. De kosten bestaan grotendeels uit medische behandelingen, zorg en medicatie en deels uit gemiste belastinginkomsten door een lagere deelname aan de arbeidsmarkt van mensen met een visuele beperking. Daarnaast is er sprake van een vermindering in het BNP van 1 miljard euro per jaar De verwachte toename van mensen met een visuele beperking zal waarschijnlijk zorgen voor hogere maatschappelijke kosten.

Over het rapport

Het onderzoek is in 2018 uitgevoerd door Copenhagen Economics, een vooraanstaand Deens onderzoeksbureau. Bij de totstandkoming zijn ook Nederlandse oogartsen en ervaringsdeskundigen betrokken.