Man en vrouw met geleidehond
09 oktober 2020

Met de taststok in het verkeer

Ervaringsdeskundige Marjolein Mulder maakt wat mee met haar taststok. “Wij leren de regels van een mobiliteitstrainer en passen deze toe. De rest van de bevolking kent deze regels vaak niet. En dit zorgt voor gevaarlijke situaties in het verkeer.” Ze deelt haar ervaringen om de onwetendheid over dit onderwerp om te buigen naar bewustwording.

“Mag ik je wat vragen?” Het klonk een beetje op een zeurderige toon. Ik had er helemaal geen zin in. Ik had net een hele zware sessie met mijn psycholoog gehad en was nu juist naar het winkelcentrum gewandeld om even mijn hoofd te legen. Ik zette een glimlach op en zei vriendelijk: “Ja hoor.” De jongen zei: “Je keek net op je horloge.” “Jaaa...?” antwoordde ik vragend en kreeg steeds meer het gevoel dat ik hier op dit moment geen zin in had. “Maar je bent blind!” riep de jongen verbaasd uit. “Ik ben niet blind, maar slechtziend!” antwoordde ik geïrriteerd, waarop de jongen verontwaardigd zei: ”Maar je loopt met een stok!”.
Veel mensen denken dat als je met een stok loopt, je blind bent. Hoe vaak ik wel niet op straat een kindje aan zijn moeder hoor vragen “Mama, wat heeft die mevrouw in haar hand?” en de moeder antwoord: “Die mevrouw is blind en met die stok weet ze waar ze loopt”. Er is zoveel onwetendheid.

Slechtziend

Het merendeel van de mensen die met een taststok loopt is niet blind, maar slechtziend. Volgens de definities hebben blinde mensen nog 0-5% van hun zicht, terwijl slechtzienden 5-33% van hun gezichtsvermogen hebben. En dit is niet met een bril of contactlenzen te corrigeren. Er zijn ook nog eens heel veel verschillende vormen van slechtziendheid. Zo heb je het kokerzicht (glaucoom). De grootte van de koker kan variëren en zo klein zijn als een speldenknopje. Het kan dus gebeuren dat iemand met een kleine koker wel bukt om tien cent van straat op te rapen, omdat zijn koker waarmee hij of zij nog wel scherp kan zien precies op het kleine muntje viel, maar vervolgens wel tegen een grote grijze kliko botst, omdat deze buiten zijn koker valt.  Zo zijn er ook mensen die het omgekeerde van een koker hebben. Zij hebben dus een blinde vlek in het centrale zicht (maculadegeneratie), maar hebben nog zicht in de buitenrand van het gezichtsveld. Als deze mensen iets geconcentreerds doen zoals drinken inschenken is het net of zij ergens anders heen kijken. Maar zo proberen zij met het zicht van de buitenste ring het glas te zien. 

Ikzelf heb mijn volledige gezichtsveld nog, maar heb alleen een hele lage visus. Daarbij zie ik floaters (zwevende zwarte vlekjes), heb ik heel veel last van lichthinder, nachtblindheid en is mijn centrale zicht nog iets minder scherp dan de buitenkant. Het kijken kost mij heel veel energie en levert veel verschillende pijnklachten op in mijn hoofd en om mijn ogen. Door visuele overprikkeling kan ik volledig overprikkeld raken. Als ik zou willen zou ik op wilskracht en uithoudingsvermogen nog zonder stok kunnen lopen, maar dit kost mij heel veel energie.  Als ik met de stok loop voel ik waar hobbels en op- en afstapjes zijn en voel ik of ik recht loop. Om hulp vragen in de winkel is een stuk simpeler met de stok in mijn hand. Ik voel totaal geen noodzaak meer om mezelf nader toe te lichten. Mijn taststok fungeert dus ook gelijk als herkenningsstok en hierdoor wordt er veel meer rekening met mij gehouden, omdat anderen zien dat ik slechtziend ben. Zo gaan mensen in druktes vaak voor mij aan de kant, wordt in de winkel vaak gevraagd of ik alles kan vinden en of ik hulp nodig heb.

Stappenplan

Toen ik mijn stok net had vertelde iemand dat zij een keer op de fiets zat en iemand met een taststok langs de stoep zag staan. Ze vertelde dat hij in ene zijn stok uitstak en begon met oversteken. Zij schrok zich rot en schreeuwde: ”Kun je niet uitkijken!” Tactisch, dacht ik. Ik vertelde haar dat hij waarschijnlijk heel netjes zijn stappenplannetje volgde, zoals hij dat geleerd had van zijn mobiliteitstrainer. Luisteren of er iets aan komt en als je denkt dat het kan steek je je stok uit en begin je direct te lopen. Als stokgebruikers krijgen wij een uitgebreide training om te leren lopen met onze stok. Wij leren de regels en passen deze toe. De rest van de bevolking kent deze regels vaak niet. En dat maakt het voor ons soms lastig om onze stappen uit te blijven voeren zoals we deze geleerd hebben.

Zelf woon ik aan een vrij drukke straat waar ik altijd moet oversteken. Ik sta dus altijd stil langs de stoeprand. Het gebeurt regelmatig dat er een auto aankomt die stil gaat staan, zodat ik over kan steken. Echter het gebeurt ook regelmatig dat er van de andere kant ook nog een auto komt, die niet stopt. Dan kan er ook nog eens een fiets aankomen die gaat twijfelen of hij nog voor me langs zal gaan. Door de ronkende motor van de stilstaande auto kan ik niet  goed horen of er nog ander verkeer aankomt én ik voel me opgejut omdat hij op me staat te wachten. Het is me al eens gebeurd dat ik dus toch maar overstak omdat iemand voor me stopte en ik een voertuig van de andere kant gemist had. En hij mij ook. Gelukkig liep dat goed af, maar dat leerde me dat ik me niet moet laten opjutten door de wachtende auto. Ook al bedoelt deze persoon het nog zo goed.

Oversteken

Als jullie mij dus langs de straat volledig stil zien staan met mijn stok in de hand, dan sta ik niet als een hulpeloos vrouwtje te wachten totdat iemand mij helpt met oversteken. Ik sta geconcentreerd te luisteren of ik nog een auto aan hoor komen rijden, of misschien het getik van een fiets. En ik blijf daar net zo lang geconcentreerd staan luisteren totdat ik denk dat het veilig is om over te steken. Op dat moment steek ik dus mijn stok vooruit zodat een eventuele fietser die ik toch niet gehoord heb kan zien dat ik ga oversteken en nog kan afremmen of mij ontwijken. Zodra ik mijn stok uitsteek begin ik te lopen. Ook al is het afremmen en stoppen door auto’s absoluut lief bedoeld, het kan gevaarlijke situaties opleveren en is dus niet gewenst.”