01 november 2020

Onderzoek aan menselijke netvliezen-in-een-kweekbakje voor verbeteren behandeling glaucoom

In Amsterdam UMC is gestart met stamcelonderzoek om betere behandelmogelijkheden voor openkamerhoekglaucoom (POAG) te vinden. POAG is de meest voorkomende vorm van glaucoom. Het wordt vaak gekenmerkt door een hoge oogdruk, een afwijkende oogzenuw en een afwijkend gezichtsveld. Zonder behandeling leidt het uiteindelijk tot blindheid.

Vooralsnog bestaat er nog geen echt goede behandeling voor POAG. De ziekte kan vaak alleen vertraagd worden medicijnen die de productie van kamerwater verminderen, of de afvoer ervan stimuleren. De afvoer van kamerwater kan ook verbeteren met een laserbehandeling of operatie. Het resultaat daarvan is dat de oogdruk normaliseert en er minder zenuwschade optreed. (Ernstige) schade aan het netvlies kan niet meer worden hersteld. Er is derhalve grote behoefte aan nieuwe behandelingen die het gezichtsvermogen en daarmee de kwaliteit van leven van mensen met POAG blijvend verbeteren.

 

Nieuwe ontwikkeling: organoïden


Een nieuwe ontwikkeling in de geneeskunde – organen-in-een-kweekbakje (organoïden) – biedt hierin mogelijkheden. Organoïden zijn mini-orgaantjes in een laboratoriumschaaltje, gemaakt van stamcellen. We kunnen ze gebruiken voor het nabootsen van ziekten, geneesmiddelenonderzoek en/of transplantatiedoeleinden. De afgelopen jaren hebben we een netvlies organoïd gemaakt. Daarin kunnen we de processen bestuderen die diverse oogziekten veroorzaken.

Met subsidie van onder andere het Oogfonds gaan we het netvlies organoïde model ontwikkelen specifiek voor glaucoom. Wat we, eenvoudiger gezegd, willen onderzoeken, is of DNA veranderingen in twee genen, FOXC1 en ATOH7, het risico op het ontwikkelen van glaucoom vergroten. Daarvoor maken we met een nieuwe DNA knip techniek (CRISPR/Cas9) retinale organoïden waarin we FOXC1 of ATOH7 uitschakelen. Deze organoïden vergelijken we met organoïden van mensen met gezonde ogen en van mensen met een mutatie in het FOXC1 gen. Daarmee hopen we de ziekte op moleculair en celniveau beter te leren begrijpen. En we kunnen op basis van de resultaten nieuwe therapieën ontwikkelen, die we vervolgens in het organoïd model kunnen testen. In principe kan elke glaucoompatiënt (in de toekomst) van dit onderzoek profiteren.