Microscoop Onderzoek lopend

Gene Therapy to fight Leber Hereditary Optic Neuropathy (LHON) Mitochondrial Disease

Onderzoekers ontwikkelen verbeterde gentherapieën voor de ziekte van Leber (LHON), een erfelijke aandoening die al op jonge leeftijd tot ernstig gezichtsverlies kan leiden. Met behulp van patiëntspecifieke netvliesmodellen testen zij nieuwe behandelingen die de genetische oorzaak van de ziekte aanpakken.

Onderzoeksdetails:
Projectnummer: 202401
Hoofdonderzoeker: Dr. J. Wijnholds
Projectteam: Y. Wang, MSc-LUMC
Instituut: Leiden umc

Onderzoekers ontwikkelen verbeterde gentherapieën voor de ziekte van Leber (LHON), een erfelijke aandoening die al op jonge leeftijd tot ernstig gezichtsverlies kan leiden. Met behulp van patiëntspecifieke netvliesmodellen testen zij nieuwe behandelingen die de genetische oorzaak van de ziekte aanpakken.

Waar gaat dit onderzoek over?

De ziekte van Leber (LHON) is een zeldzame erfelijke aandoening van de oogzenuw. Mensen met deze aandoening kunnen binnen korte tijd het centrale gezichtsvermogen van beide ogen verliezen. Vaak gebeurt dit al op jonge leeftijd. LHON ontstaat door fouten in het DNA van mitochondriën, de energieleveranciers van onze cellen. Vooral veranderingen in de genen ND4, ND6 en ND1 spelen hierbij een belangrijke rol. Eerdere onderzoeken met gentherapie voor LHON lieten zien dat deze behandeling veilig kan worden toegepast, maar het herstel van het gezichtsvermogen bleef beperkt. Daarom ontwikkelen onderzoekers nieuwe en mogelijk effectievere vormen van gentherapie die de onderliggende genetische oorzaak van de ziekte aanpakken.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen verbeterde gentherapieën ontwikkelen voor LHON-patiënten met een fout in het ND4-gen, de meest voorkomende genetische oorzaak van de ziekte in Nederland. Zij onderzoeken twee verschillende strategieën. De eerste voegt een gezonde versie van het gen toe aan de cel. De tweede maakt gebruik van CRISPR-technologie om genetisch materiaal gericht in cellen aan te brengen. Met deze aanpak willen de onderzoekers de functie van beschadigde zenuwcellen in het netvlies herstellen. De ontwikkelde technologie kan later mogelijk ook worden toegepast bij andere vormen van LHON.

Waarom is dit belangrijk?

LHON heeft vaak grote gevolgen voor onderwijs, werk en zelfstandigheid. De aandoening ontstaat meestal op jonge leeftijd en leidt vaak tot blijvend gezichtsverlies. Hoewel sommige patiënten gedeeltelijk herstellen, gebeurt dit lang niet altijd. Nieuwe behandelingen zijn daarom hard nodig. Door effectievere gentherapieën te ontwikkelen hopen onderzoekers het gezichtsvermogen van toekomstige patiënten beter te kunnen behouden of herstellen. Daarnaast kan dit onderzoek bijdragen aan nieuwe behandelstrategieën voor andere erfelijke aandoeningen van de oogzenuw.

Wat wordt er onderzocht?

Kunnen nieuwe gentherapieën de functie van beschadigde zenuwcellen bij LHON herstellen?

Welke van de twee gentherapie-aanpakken werkt het meest effectief?

Kunnen patiëntspecifieke netvliesmodellen helpen bij het ontwikkelen van betere behandelingen voor LHON?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Van patiënten met een ND4-mutatie worden bloedcellen verzameld. Deze worden in het laboratorium omgezet in stamcellen en vervolgens ontwikkeld tot kleine netvliesmodellen, ook wel organoïden genoemd. Deze modellen bevatten de cellen die bij LHON beschadigd raken. De onderzoekers testen hierop verschillende nieuwe gentherapieën en vergelijken deze met eerdere ontwerpen. Ook onderzoeken zij hoe de behandelde cellen functioneren en welke genetische processen door de therapie worden beïnvloed.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert nieuwe kennis op over de werking van gentherapie bij LHON. Daarnaast ontstaan patiëntspecifieke modellen waarmee kandidaat-behandelingen beter kunnen worden getest voordat zij naar patiënten gaan. De onderzoekers verwachten verbeterde gentherapieën te ontwikkelen die geschikt zijn voor verdere preklinische ontwikkeling en mogelijk de basis vormen voor toekomstige klinische studies bij mensen met LHON.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

De resultaten van dit onderzoek leiden niet direct tot een nieuwe behandeling, maar vormen een belangrijke stap richting effectievere gentherapie voor LHON. Als de nieuwe therapieën succesvol blijken, kunnen zij verder worden ontwikkeld en uiteindelijk in klinische studies worden onderzocht. Op langere termijn kan dit leiden tot behandelingen die het gezichtsvermogen beter behouden of herstellen dan nu mogelijk is. Voor mensen met de ziekte van Leber biedt dit perspectief op meer zelfstandigheid en een betere kwaliteit van leven.