Microscoop Onderzoek lopend

Identification of Blood-Based Diagnostic Biomarkers for Early Detection of Diabetic Retinopathy

Kunnen we diabetische retinopathie eerder opsporen met een eenvoudige bloedtest? In dit onderzoek wordt onderzocht of specifieke eiwitten in het bloed kunnen dienen als vroege waarschuwing voor schade aan het netvlies bij mensen met diabetes.

Onderzoeksdetails:
Projectleider: dr. T.T.J.M. Berendschot en S. Jahdhav MSc.
Instituut: Universiteitskliniek Maastricht

Waar gaat dit onderzoek over?

Diabetische retinopathie is een veelvoorkomende complicatie van diabetes waarbij schade aan het netvlies ontstaat. Deze aandoening kan leiden tot slechtziendheid en uiteindelijk blindheid. In Nederland hebben naar schatting 100.000 tot 150.000 mensen hiermee te maken.

Een belangrijk probleem is dat de ziekte in een vroeg stadium vaak nog geen duidelijke klachten geeft. Daardoor wordt diabetische retinopathie meestal pas ontdekt als er al schade is ontstaan. Onderzoek laat zien dat veranderingen in zenuwcellen van het netvlies al eerder optreden dan zichtbare afwijkingen in het oog. In dit onderzoek wordt gekeken of deze vroege veranderingen via een bloedtest kunnen worden opgespoord.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen aantonen dat specifieke eiwitten uit zenuwcellen van het netvlies meetbaar zijn in het bloed. Het gaat om zogeheten synaptische eiwitten, zoals SNAP-25 en synaptophysin.

Het doel is om deze eiwitten te gebruiken als biomarker voor het vroeg opsporen van diabetische retinopathie. Daarmee willen de onderzoekers een nieuwe, minimaal belastende test ontwikkelen die eerder kan signaleren dat het netvlies beschadigd raakt, nog voordat klachten ontstaan.

Waarom is dit belangrijk?

Vroege opsporing van diabetische retinopathie is essentieel om schade aan het netvlies te voorkomen of te beperken. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, hoe groter de kans dat behandeling effectief is.

Een eenvoudige bloedtest kan helpen om patiënten beter te monitoren en tijdig in te grijpen. Dit kan leiden tot behoud van zicht, een betere kwaliteit van leven en mogelijk lagere zorgkosten doordat ernstige complicaties worden voorkomen.

Wat wordt er onderzocht?

Kunnen synaptische eiwitten uit het netvlies worden aangetoond in bloed van mensen met diabetes?

Verschillen deze eiwitten tussen patiënten met en zonder diabetische retinopathie?

Kunnen deze eiwitten dienen als betrouwbare biomarker voor vroege opsporing?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers verzamelen bloedmonsters van mensen met diabetes, zowel met als zonder retinopathie, en van gezonde controles. Uit dit bloed worden kleine blaasjes geïsoleerd die afkomstig zijn van zenuwcellen.

In deze blaasjes worden specifieke eiwitten gemeten die een rol spelen in de werking van zenuwcellen. Daarnaast worden oogonderzoeken uitgevoerd, zoals scans van het netvlies, om de resultaten uit het bloed te vergelijken met de conditie van het oog.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek laat zien of deze eiwitten geschikt zijn als vroege biomarker voor diabetische retinopathie. Ook wordt de methode ontwikkeld en getest om deze eiwitten betrouwbaar te meten in bloed.

Dit kan leiden tot nieuwe inzichten in het ontstaan van de ziekte en vormt een belangrijke basis voor vervolgonderzoek en verdere ontwikkeling van diagnostische testen.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Als deze methode werkt, kan in de toekomst een eenvoudige bloedtest worden gebruikt om diabetische retinopathie in een vroeg stadium op te sporen. Hierdoor kunnen patiënten eerder behandeld worden en kan verdere schade aan het netvlies mogelijk worden voorkomen. Dit is relevant voor een grote groep mensen: vrijwel alle patiënten met diabetes lopen risico op deze aandoening. Vroege detectie kan helpen om het zicht langer te behouden en de kwaliteit van leven te verbeteren.