Microscoop Onderzoek afgerond

Iris melanoma is a separate molecular genetic class of melanoma, potential for prognostics

Is irismelanoom een aparte vorm van oogmelanoom met eigen genetische kenmerken en een ander risico op uitzaaiingen? In dit onderzoek analyseren onderzoekers DNA-veranderingen in irismelanomen om beter te voorspellen welke patiënten risico lopen op uitzaaiingen en om de diagnose en prognose te verbeteren.

Onderzoeksdetails:
Projectleider: dr. B.J. Benedikter en prof. C.A.B. Webers
Instituut: Maastricht UMC

Waar gaat dit onderzoek over?

Irismelanoom is een zeldzame vorm van oogmelanoom die ontstaat in het regenboogvlies van het oog. De vooruitzichten voor patiënten met irismelanoom zijn meestal beter dan voor patiënten met een oogmelanoom dat dieper in het oog ontstaat. Toch krijgt een klein deel van de patiënten later uitzaaiingen, waarvoor nog weinig effectieve behandelingen bestaan.

Op dit moment is het moeilijk om te voorspellen welke patiënten een verhoogd risico hebben op uitzaaiingen. Onderzoekers denken dat irismelanoom biologisch verschilt van andere vormen van uveamelanoom en dat specifieke veranderingen in het DNA hierbij een belangrijke rol spelen.

In dit onderzoek analyseren onderzoekers moleculaire veranderingen in tumorweefsel van patiënten met irismelanoom. Daarmee hopen zij beter te begrijpen hoe deze tumor ontstaat en welke kenmerken samenhangen met een verhoogd risico op uitzaaiingen.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen aantonen dat irismelanoom een aparte biologische vorm van oogmelanoom is, met een eigen moleculair profiel.

Daarnaast willen zij onderzoeken welke DNA-veranderingen samenhangen met agressiever tumorgedrag en een grotere kans op uitzaaiingen. Uiteindelijk hopen de onderzoekers hiermee de diagnose en prognose van irismelanoom te verbeteren.

Ook willen zij onderzoeken of bepaalde genetische afwijkingen aanknopingspunten bieden voor meer gerichte behandelingen.

Waarom is dit belangrijk?

Op dit moment is het vaak moeilijk om onderscheid te maken tussen goedaardige pigmentvlekken van de iris en een kwaadaardig irismelanoom. Ook kunnen artsen nog onvoldoende voorspellen welke patiënten risico lopen op uitzaaiingen.

Betere kennis van de genetische eigenschappen van irismelanoom kan leiden tot nauwkeurigere diagnoses en meer gerichte controles. Hierdoor kunnen mogelijk onnodige behandelingen, zoals bestraling of verwijdering van het oog, worden voorkomen.

Daarnaast kan het onderzoek bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe doelgerichte medicijnen voor patiënten met uitgezaaid irismelanoom.

Wat wordt er onderzocht?

  • Welke DNA-veranderingen komen voor bij irismelanoom?
  • Verschilt irismelanoom genetisch van andere vormen van uveamelanoom?
  • Welke genetische kenmerken hangen samen met een verhoogd risico op uitzaaiingen?
  • Kunnen moleculaire kenmerken helpen om gerichte behandelingen te ontwikkelen?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers gebruiken opgeslagen tumorweefsels van patiënten die sinds 1995 zijn behandeld voor irismelanoom in het LUMC. Van ongeveer 35 tot 60 patiënten is voldoende tumorweefsel beschikbaar voor moleculaire analyse.

Met geavanceerde DNA-technieken, zoals next generation sequencing (NGS), onderzoeken de onderzoekers welke genetische veranderingen aanwezig zijn in de tumoren. Ook wordt gekeken naar veranderingen in het BAP1-eiwit, dat betrokken is bij agressief tumorgedrag.

De resultaten worden vergeleken met gegevens van andere patiëntengroepen uit Rotterdam en Sheffield en met bestaande gegevens van andere vormen van uveamelanoom.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert nieuwe kennis op over de genetische eigenschappen van irismelanoom.

Daarnaast kan het onderzoek biomarkers opleveren die helpen voorspellen welke patiënten een verhoogd risico hebben op uitzaaiingen. Biomarkers zijn meetbare kenmerken in tumorcellen die informatie geven over ziektegedrag en prognose.

Ook kunnen de resultaten nieuwe aanknopingspunten bieden voor gerichte behandelingen bij uitgezaaid irismelanoom.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Met de resultaten van dit onderzoek kunnen patiënten met irismelanoom in de toekomst mogelijk beter geïnformeerd worden over het verwachte verloop van hun ziekte.

Daarnaast kunnen artsen behandelingen en controles beter afstemmen op het individuele risico van de patiënt. Dit kan helpen om onnodige behandelingen en bijwerkingen te voorkomen.

Op langere termijn kan het onderzoek bijdragen aan nieuwe, meer gerichte behandelopties voor patiënten met uitgezaaid irismelanoom.