Microscoop Onderzoek lopend

Lipids & Disease: Investigating the role of lipids in retinal disorders to find therapeutic targets

Hoe dragen verstoringen in vetstoffen bij aan erfelijke netvliesaandoeningen? In dit onderzoek onderzoeken onderzoekers welke veranderingen in de vetstofwisseling optreden bij de ziekte van Stargardt en het Sjögren-Larsson syndroom en hoe deze kunnen worden benut voor nieuwe behandelingen.

Onderzoeksdetails:
Projectleider: dr. D. Swinkels en dr. A. Garanto
Instituut: Radboudumc

Waar gaat dit onderzoek over?

Vetten, ook wel lipiden genoemd, spelen een belangrijke rol in het netvlies. Toch weten onderzoekers nog onvoldoende hoe verschillende vetstoffen precies bijdragen aan een gezond netvlies en wat er misgaat bij oogziekten.

In dit onderzoek richten onderzoekers zich op twee zeldzame erfelijke netvliesaandoeningen: de ziekte van Stargardt (STGD1) en het Sjögren-Larsson syndroom (SLS). Beide aandoeningen hangen samen met verstoringen in de verwerking van vetstoffen in het lichaam en kunnen leiden tot ernstige schade aan het netvlies en verlies van zicht.

Voor deze aandoeningen bestaan op dit moment nog geen effectieve behandelingen. Daarom willen de onderzoekers beter begrijpen welke vetstofprocessen verstoord raken en hoe deze processen kunnen worden beïnvloed.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen beter begrijpen welke rol vetstoffen spelen in het ontstaan van STGD1 en SLS. Daarnaast willen zij onderzoeken welke vetstofroutes in het netvlies verstoord zijn en of deze routes geschikt zijn als aangrijpingspunt voor nieuwe behandelingen.

Uiteindelijk hopen de onderzoekers nieuwe therapieën te ontwikkelen die deze verstoorde processen kunnen afremmen of herstellen.

Waarom is dit belangrijk?

Mensen met STGD1 en SLS krijgen vaak al op jonge leeftijd problemen met hun zicht. Omdat er nog geen effectieve behandeling bestaat, is er grote behoefte aan nieuwe therapieën.

Door meer inzicht te krijgen in de rol van vetstoffen in het netvlies, hopen onderzoekers niet alleen nieuwe behandelingen voor deze zeldzame aandoeningen te ontwikkelen, maar ook meer te leren over andere netvliesziekten waarbij vetstofwisseling een rol speelt, zoals leeftijdsgebonden maculadegeneratie, retinitis pigmentosa en diabetische retinopathie.

Wat wordt er onderzocht?

  • Welke vetstofroutes in het netvlies verstoord zijn bij STGD1 en SLS
  • Hoe veranderingen in vetstoffen bijdragen aan schade aan het netvlies
  • Welke biologische processen geschikt zijn als doelwit voor behandeling
  • Of nieuwe RNA-gebaseerde therapieën deze processen kunnen beïnvloeden

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers maken gebruik van huidcellen van patiënten die in het laboratorium worden omgezet in stamcellen. Deze stamcellen worden vervolgens ontwikkeld tot netvliescellen en mini-netvliesjes, ook wel organoïden genoemd. Hiermee kunnen onderzoekers de ziekte in het laboratorium nabootsen.

Daarna onderzoeken zij welke veranderingen optreden in vetstoffen, stofwisseling en genactiviteit. Hiervoor gebruiken zij geavanceerde technieken zoals lipidomics, metabolomics en transcriptomics. Dit zijn methoden waarmee grote hoeveelheden biologische gegevens tegelijk kunnen worden geanalyseerd.

Vervolgens testen de onderzoekers of bepaalde RNA-gebaseerde therapieën de verstoorde processen kunnen herstellen of afremmen.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert nieuwe kennis op over de rol van vetstoffen in het netvlies en over de mechanismen achter STGD1 en SLS.

Daarnaast hopen de onderzoekers nieuwe aangrijpingspunten voor behandelingen te vinden. Ook kunnen mogelijke biomarkers worden ontdekt: meetbare kenmerken die iets zeggen over ziekteactiviteit of reactie op behandeling.

De kennis uit dit onderzoek kan bovendien belangrijk zijn voor onderzoek naar andere netvliesaandoeningen waarbij vetstofwisseling een rol speelt.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Met de resultaten van dit onderzoek hopen de onderzoekers in de toekomst nieuwe behandelingen te kunnen ontwikkelen voor mensen met STGD1 en SLS.

Daarnaast kan de opgedane kennis bijdragen aan betere behandelingen voor andere netvliesziekten. Op langere termijn kan dit helpen om schade aan het netvlies te vertragen en zichtverlies beter te voorkomen.