Microscoop Onderzoek lopend

PILOT: Collaborative study on ATRX loss in conjunctival melanoma prognosis

Kan verlies van het ATRX-gen helpen voorspellen welke patiënten met conjunctivamelanoom een verhoogd risico hebben op uitzaaiingen? Dit onderzoek onderzoekt of ATRX-verlies gebruikt kan worden als biomarker om het verwachte ziekteverloop beter in te schatten en de zorg beter af te stemmen op de individuele patiënt.

Onderzoeksdetails:
Projectnummer: 202513
Hoofdonderzoeker: dr. R. Verdijk
Projectteam: dr. M. Marinkovic MD-Leiden UMC, J. van Ipenburg MD PhD-Radboudumc
Instituut: Erasmus MC

Waar gaat dit onderzoek over?

Conjunctivamelanoom is een zeldzame vorm van oogkanker die ontstaat in het slijmvlies van het oog. Hoewel de tumor vaak lokaal behandeld kan worden, bestaat er een risico op uitzaaiingen. Voor patiënten is het vaak onzeker hoe groot dat risico precies is en hoe de ziekte zich zal ontwikkelen.

In dit onderzoek bekijken onderzoekers of veranderingen in een gen genaamd ATRX kunnen helpen om het risico op uitzaaiingen beter te voorspellen. Het ATRX-gen speelt een belangrijke rol bij het behoud van gezond erfelijk materiaal in cellen. Verlies van ATRX wordt bij verschillende vormen van kanker in verband gebracht met agressiever tumorgedrag.

De onderzoekers willen nagaan of ATRX-verlies ook belangrijk is bij conjunctivamelanoom en of dit gebruikt kan worden als prognostische biomarker — een meetbaar kenmerk dat iets zegt over het verwachte ziekteverloop.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen onderzoeken of ATRX-verlies samenhangt met een grotere kans op uitzaaiingen en een slechtere prognose bij conjunctivamelanoom.

Daarnaast willen zij beter begrijpen welke genetische veranderingen betrokken zijn bij agressieve vormen van deze tumor. Uiteindelijk hopen de onderzoekers hiermee patiënten beter te kunnen indelen in groepen met een laag of hoog risico.

Dit kan helpen om controles en behandelingen beter af te stemmen op de individuele patiënt.

Waarom is dit belangrijk?

Op dit moment is het nog lastig om goed te voorspellen welke patiënten met conjunctivamelanoom een verhoogd risico hebben op uitzaaiingen. Daardoor krijgen sommige patiënten mogelijk meer controles dan nodig, terwijl anderen juist intensievere begeleiding zouden kunnen gebruiken.

Als ATRX-verlies inderdaad samenhangt met een slechtere prognose, kan dit artsen helpen om patiënten gerichter te volgen en eerder aanvullende behandelingen te overwegen.

Ook kan het onderzoek bijdragen aan meer inzicht in het ontstaan en gedrag van conjunctivamelanoom.

Wat wordt er onderzocht?

  • Komt verlies van het ATRX-gen vaker voor bij agressieve conjunctivamelanomen?
  • Hangt ATRX-verlies samen met een grotere kans op uitzaaiingen?
  • Kunnen genetische kenmerken helpen om patiënten beter in risicogroepen in te delen?
  • Kan ATRX gebruikt worden als prognostische biomarker voor conjunctivamelanoom?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

De onderzoekers analyseren tumorweefsel van patiënten met conjunctivamelanoom dat eerder is opgeslagen voor wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoek heeft daardoor geen extra belasting of risico’s voor patiënten.

Met laboratoriumtechnieken onderzoeken de onderzoekers of ATRX aanwezig is in de tumorcellen en welke genetische veranderingen voorkomen in de tumoren.

Vervolgens vergelijken zij deze gegevens met het ziekteverloop van patiënten, zoals het ontstaan van uitzaaiingen en overleving.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert nieuwe kennis op over genetische factoren die samenhangen met het gedrag van conjunctivamelanoom.

Daarnaast kan het onderzoek duidelijk maken of ATRX-verlies bruikbaar is als biomarker om het risico op uitzaaiingen beter te voorspellen.

Deze kennis kan helpen bij het ontwikkelen van meer gepersonaliseerde controleschema’s en behandelstrategieën.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Met de resultaten van dit onderzoek kunnen patiënten in de toekomst mogelijk beter inzicht krijgen in hun persoonlijke risico op uitzaaiingen en ziekteprogressie.

Daarnaast kunnen controles en behandelingen beter worden afgestemd op het individuele risico van de patiënt. Dit kan leiden tot gerichtere zorg, minder onnodige controles en mogelijk eerdere behandeling voor patiënten met een hoog risico op uitzaaiingen.

TEKST

dr. R. Verdijk Hoofdonderzoeker

Door jouw donaties maken wij het verschil

Omdat iedereen wil blijven zien waar hij of zij van houdt, werkt het Oogfonds aan een toekomst waarin niemand meer slechtziend of blind wordt.

Gerelateerde onderzoeken

Gerelateerde onderzoeken

Help je mee zicht redden?

Elke donatie maakt een verschil in het leven van mensen met oogaandoeningen.