Microscoop Onderzoek lopend

Placenta As a Predictor for Retinopathy Of Prematurity (PAPforROP)

Kan de placenta helpen voorspellen welke te vroeg geboren baby’s risico lopen op prematurenretinopathie (ROP)? In dit onderzoek analyseren onderzoekers moleculaire kenmerken van de placenta om ROP al in de eerste levensweek beter te kunnen voorspellen en zo de zorg en behandeling voor kwetsbare baby’s te verbeteren.

Onderzoeksdetails:
Projectleider: Prof. dr. N. Schaleij-Delfos
Instituut: Prof. dr. N. Schaleij-Delfos

Waar gaat dit onderzoek over?

Prematurenretinopathie (ROP) is een ernstige oogziekte die voorkomt bij te vroeg geboren baby’s en kan leiden tot slechtziendheid of blindheid. In Nederland worden jaarlijks veel baby’s gescreend, maar het is moeilijk om vroeg te bepalen welke kinderen echt een hoog risico hebben. Vaak wordt dit pas 5 tot 7 weken na de geboorte duidelijk, terwijl de eerste afwijkingen al vóór de geboorte ontstaan.

Onderzoekers denken dat de placenta hierin een belangrijke rol speelt. De placenta is essentieel voor de ontwikkeling van het kind tijdens de zwangerschap, maar de invloed ervan op ROP is nog nauwelijks onderzocht. In dit project wordt daarom gekeken naar kenmerken van de placenta die samenhangen met het ontstaan van ROP, met als doel deze ziekte eerder te herkennen en beter te begrijpen.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen een methode ontwikkelen om al in de eerste week na de geboorte te herkennen welke baby’s een hoog risico hebben op ROP. Hiervoor gebruiken zij een innovatieve techniek (MeD-seq) waarmee ze moleculaire kenmerken van de placenta in detail kunnen analyseren, zowel aan de kant van de moeder als van het kind.

Door deze informatie vroeg beschikbaar te hebben, kunnen artsen de zorg beter afstemmen op het individuele risico van een baby. Daarnaast willen de onderzoekers aanknopingspunten vinden voor nieuwe behandelingen, mogelijk zelfs al vóór de geboorte, om het ontstaan van ROP te voorkomen.

Waarom is dit belangrijk?

Eerdere herkenning van risicokinderen maakt het mogelijk om sneller en gerichter in te grijpen. Dit kan de kans op ernstige ROP en blijvende slechtziendheid verkleinen. Tegelijk kunnen baby’s met een laag risico minder vaak gescreend worden, waardoor zij minder belastende onderzoeken hoeven te ondergaan.

Daarnaast kan dit onderzoek leiden tot een betere kwaliteit van leven. Het voorkomen van slechtziendheid betekent dat kinderen zich beter kunnen ontwikkelen. Ook kan het zorgkosten verminderen, bijvoorbeeld doordat minder intensieve behandelingen en minder ondersteuning nodig zijn.

Wat wordt er onderzocht?

Welke moleculaire kenmerken van de placenta hangen samen met het ontstaan van ROP?

Kunnen we al in de eerste levensweek voorspellen welke baby’s een hoog risico hebben?

Welke placenta-afwijkingen bieden aanknopingspunten voor nieuwe (mogelijk prenatale) behandelingen?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Het onderzoek is een retrospectieve studie met gebruik van opgeslagen placentaweefsel en medische gegevens van te vroeg geboren baby’s. De placenta’s zijn eerder verzameld en worden nu opnieuw onderzocht.

Met de techniek MeD-seq analyseren de onderzoekers kleine stukjes DNA om gedetailleerde profielen van de placenta te maken. Hierbij kunnen zij onderscheid maken tussen cellen van de moeder en het kind. De resultaten van baby’s met en zonder ROP worden met elkaar vergeleken om patronen te vinden die het risico op de ziekte voorspellen.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek geeft nieuwe inzichten in het ontstaan van ROP, met name in de rol van de placenta en processen die al vóór de geboorte plaatsvinden. Ook worden kenmerken geïdentificeerd die kunnen helpen om het risico op ROP vroegtijdig te voorspellen.

Deze kennis kan leiden tot betere selectie van baby’s die gescreend moeten worden en tot gerichtere behandeling. Daarnaast vormt het een belangrijke basis voor de ontwikkeling van nieuwe behandelstrategieën.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Als de resultaten worden bevestigd, kunnen deze worden toegepast in de dagelijkse zorg. Artsen kunnen dan al kort na de geboorte beter inschatten welke baby’s risico lopen en hun behandeling daarop aanpassen.

Op termijn kan dit leiden tot aangepaste screeningscriteria, minder belastende onderzoeken voor baby’s met een laag risico en betere preventie van ROP. Ook kan dit onderzoek bijdragen aan nieuwe behandelingen die mogelijk al vóór de geboorte starten, zodat de kans op slechtziendheid of blindheid verder afneemt.