Microscoop Onderzoek gepland

Systemic factors in central serous chorioretinopathy

Welke factoren in het lichaam beïnvloeden het ontstaan en verloop van centrale sereuze chorioretinopathie (CSC, ook wel serosa genoemd)? Dit onderzoek onderzoekt of stoffen in het bloed kunnen helpen voorspellen welke patiënten herstellen, complicaties ontwikkelen of baat hebben bij een behandeling.

Onderzoeksdetails:
Projectnummer: 202506
Hoofdonderzoeker: dr. E.H.C. van Dijk
Projectteam: prof. C.J.F. Boon-Amsterdam UMC, prof. O. Zeitz-Charité Berlin, dr. S.E. Kuenzel-Charité Berlin
Instituut: Leiden UMC

Waar gaat dit onderzoek over?

Centrale sereuze chorioretinopathie (CSC, ook wel serosa genoemd) is een netvliesaandoening waarbij vocht onder het netvlies lekt. De ziekte treft vooral mensen van middelbare leeftijd en kan leiden tot vervormd zicht, wazig zien en blijvende schade aan het centrale gezichtsvermogen. Het verloop van de ziekte verschilt sterk per patiënt: bij sommige mensen verdwijnt het vocht vanzelf, terwijl anderen langdurige klachten of complicaties ontwikkelen.

Onderzoekers denken dat CSC niet alleen een oogziekte is, maar ook samenhangt met factoren elders in het lichaam, zoals stress, hormonen, afweerreacties en stofwisseling. In dit onderzoek kijken onderzoekers daarom naar biomarkers in het bloed die kunnen helpen voorspellen hoe de ziekte verloopt en welke behandeling het beste werkt.

Wat willen de onderzoekers bereiken?

De onderzoekers willen ontdekken welke systemische factoren een rol spelen bij het ontstaan en verloop van CSC. Daarbij onderzoeken zij of bepaalde stoffen in het bloed samenhangen met ziekteactiviteit, kans op terugkeer van de ziekte en het ontstaan van complicaties.

Daarnaast willen zij beter kunnen voorspellen welke patiënten baat hebben bij behandelingen zoals fotodynamische therapie (PDT), en welke patiënten mogelijk spontaan herstellen. Uiteindelijk hopen de onderzoekers hiermee de basis te leggen voor meer gepersonaliseerde behandeling van CSC.

Waarom is dit belangrijk?

Op dit moment is het moeilijk te voorspellen hoe CSC zich bij een individuele patiënt zal ontwikkelen. Ook reageren patiënten heel verschillend op behandelingen. Hierdoor bestaat veel onzekerheid voor patiënten én artsen.

Door biomarkers in het bloed te onderzoeken, hopen de onderzoekers meer inzicht te krijgen in de oorzaken van CSC en beter te begrijpen waarom de ziekte zich bij de ene patiënt anders gedraagt dan bij de andere. Dit kan leiden tot betere diagnostiek, gerichtere behandeling en mogelijk nieuwe therapieën.

Wat wordt er onderzocht?

  • Welke biomarkers in het bloed hangen samen met verschillende vormen van CSC?
  • Kunnen biomarkers voorspellen welke patiënten complicaties ontwikkelen of langdurige klachten houden?
  • Welke patiënten reageren goed op fotodynamische therapie (PDT)?
  • Welke rol spelen stofwisseling, afweerreacties en andere systemische factoren bij CSC?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Aan het onderzoek doen ongeveer 1100 patiënten met CSC mee uit Nederland en Duitsland. Van deze patiënten worden bloedmonsters verzameld en gekoppeld aan oogonderzoeken en beeldvorming van het netvlies.

De onderzoekers analyseren onder andere eiwitten, afweerstoffen en stofwisselingsproducten in het bloed met geavanceerde technieken zoals massaspectrometrie en metabolomics. Daarnaast gebruiken zij kunstmatige intelligentie en machine learning om patronen te herkennen die samenhangen met ziekteverloop en behandelrespons.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert nieuwe kennis op over de rol van systemische processen bij CSC. Ook kunnen biomarkers worden ontdekt die helpen voorspellen welke patiënten risico lopen op een ernstiger ziekteverloop of juist spontaan herstellen.

Daarnaast kan het onderzoek bijdragen aan meer gepersonaliseerde behandeling van CSC, bijvoorbeeld door beter te voorspellen wie baat heeft bij PDT. Ook kunnen nieuwe aanknopingspunten ontstaan voor toekomstige medicijnen.

Wat betekent dit straks voor patiënten?

Met de resultaten van dit onderzoek kunnen patiënten in de toekomst mogelijk sneller duidelijkheid krijgen over het verwachte verloop van hun ziekte en de kans op herstel of complicaties.

Daarnaast kan behandeling beter worden afgestemd op de individuele patiënt. Dit kan onnodige behandelingen voorkomen, de kans op succesvol herstel vergroten en uiteindelijk bijdragen aan betere kwaliteit van leven voor mensen met CSC.

TEKST

dr. E.H.C. van Dijk Hoofdonderzoeker

Door jouw donaties maken wij het verschil

Omdat iedereen wil blijven zien waar hij of zij van houdt, werkt het Oogfonds aan een toekomst waarin niemand meer slechtziend of blind wordt.

Gerelateerde onderzoeken

Gerelateerde onderzoeken

Help je mee zicht redden?

Elke donatie maakt een verschil in het leven van mensen met oogaandoeningen.