Anneke leeft met hoge bijziendheid

Anneke Weststrate leeft al bijna haar hele leven met ernstige bijziendheid. Later kreeg ze ook netvliesproblemen, staar en glaucoom. Toch blijft ze dankbaar voor wat ze nog kan zien. “Ik ben heel gelukkig dat ik nog kan zien.”

Portret van Anneke Weststrate, die leeft met hoge bijziendheid en glaucoom. Ook laat zij na aan het Oogfonds.

Anneke Weststrate (1934) weet het zeker: je ogen zijn je belangrijkste zintuig. Maar dat ontdek je misschien pas als je zicht achteruitgaat. “Ik kijk regelmatig terug op mijn leven. Een rijk leven, noem ik het. Een leven waarin ik werd geconfronteerd met steeds slechter zien door ernstige bijziendheid. Mede door een staaroperatie kan ik nu ook zonder bril een beetje door mijn huis scharrelen. Als ik door de natuur wandel, ’s avonds in mijn tuin zit en al het groen en de bloeiende bloemen zie, of op televisie naar een mooie film kijk, ben ik altijd heel gelukkig dat ik nog kan zien.”

Openbaring

“Als klein kind had ik prima ogen. Op de lagere school kon ik niet goed op het bord zien en kreeg ik een bril. Ik vond het verschrikkelijk en was ook boos, want in die tijd, het was aan het begin van de jaren veertig, waren er geen leuke montuurtjes voor kinderen. Hoe slechter mijn ogen werden, hoe dikker de glazen. Mijn ogen gingen elk jaar achteruit en daar werden mijn glazen steeds weer op aangepast. Bij de gymles werd ik vaak als laatste gekozen voor een team, want ik ving nooit een bal. Dan voelde ik me ook altijd een beetje afgewezen en verdrietig. Pas jaren later, toen ik allang volwassen was, hoorde ik dat het misvangen heel logisch is als je slechte ogen hebt. Het is meer dan niet goed kunnen zien; ook de samenwerking tussen je ogen, handen en bewegingen kan lastiger zijn. Dat was een openbaring. Ik voelde me meteen niet meer dom.”

‘Dat het Oogfonds aandacht heeft voor voorlichting spreekt mij enorm aan’

Anneke heeft hoge bijziendheid

Door jouw donaties maken wij het verschil

Omdat iedereen wil blijven zien waar hij of zij van houdt, werkt het Oogfonds aan een toekomst waarin niemand meer slechtziend of blind wordt.

Beter zicht

‘Mijn oogarts keek niet alleen hoezeer mijn sterkte weer achteruit was gegaan, hij gaf ook leefstijladvies: regelmatig in de verte kijken en niet elk jaar nieuwe en sterkere glazen. Hij vond het belangrijk dat mijn ogen niet steeds alleen dichtbij werden belast. Hij adviseerde me ook om niet meteen te gaan studeren na de middelbare school. Door veel met mijn neus in de boeken te zitten, zouden mijn ogen alleen maar verder achteruitgaan. Pas halverwege je twintiger jaren, zijn de ogen ‘uitgegroeid’. Dat nam ik ter harte. Ik besloot pas vijf jaar later om alsnog naar de sociale academie in Amsterdam te gaan. Na mijn afstuderen vond ik een baan in Den Haag en ging ik ook in die stad naar de oogarts. De arts stelde voor om lenzen te proberen. Onwennig oefende ik ermee: een uurtje in de ochtend, middag en avond. Als ik aan tafel zat, durfde ik eigenlijk niet op te staan. Zouden ze er dan uitvallen? Een collega kreeg in die tijd ook lenzen. Wij hielpen elkaar bij de problemen van het in- en uitdoen. Buiten ging er een wereld voor me open. Met lenzen in kon ik niet alleen in de verte helder zien, maar ook van opzij, zonder dat ik mijn hoofd hoefde te draaien.”

Ontwikkelingen

“Na mijn vijftigste kreeg ik meer last van mijn ogen. De zwarte vlekjes die ik zag, waren volgens de oogarts een glasvochtloslating. Mijn ex-echtgenoot was huisarts en toen hij me bezocht, vertelde ik mijn verhaal. Hij vermoedde dat er gaatjes in mijn netvlies zaten en stuurde me door naar een bevriende oogarts in het AMC. Daar kreeg ik een laserbehandeling aan mijn netvlies. Dat was in de jaren tachtig nog een nieuwe behandelmethode. Vanaf dat moment werd mijn netvlies jaarlijks gecontroleerd en werden zwakke plekken gelaserd. In 1998 zag ik bliksemflitsen door mijn oog gaan. Na onderzoek bleek dat een netvliesloslating aan mijn rechteroog had. Inmiddels woonde ik in Zeeland en werd ik doorverwezen naar het Oogziekenhuis Rotterdam. Tijdens een operatie werd er een siliconen bandje om mijn oog gelegd om te proberen het netvlies weer op de juiste plek te plaatsen. Na een aantal jaren kreeg eerst mijn rechteroog en later ook mijn linkeroog een staaroperatie. Het was prettig om weer helder te kunnen zien. In 2014 heb ik in beide ogen een vitrectomie gehad, om troebel vocht te verwijderen. Ook heb ik nu glaucoom, een oogziekte waarbij de oogzenuw langzaam beschadigd raakt en gebruik ik druppels om mijn oogdruk te verlagen.”

 

Tijdens een televisie-uitzending van het programma De Nalatenschap op SBS6 vertelde Anneke Weststrate haar verhaal. Bekijk de volledige uitzending op Kijk.nl (https://www.kijk.nl/programmas/de-nalatenschap/Jur63miexuN).

Tot rust

“Mijn zicht blijft verslechteren. Autorijden doe ik al jaren niet meer. Gelukkig kan ik gebruikmaken van de Valys-taxi en gaat er een sneltrein bij me in de buurt, want ik moet wel op pad kunnen. Ik lees minder dan vroeger. ’s Avonds voor het slapen gaan luister ik naar een podcast of naar klassieke muziek. Daar kan ik ook van genieten. En als de stem van een luisterboek me ligt, is dat soms een alternatief. Ik heb de bank in mijn woonkamer zo neergezet, dat ik heerlijk door het raam naar buiten kan kijken. Ik doe niets meer dan dat en voel mijn ogen tot rust komen. Dat is ook nodig, de hele dag door vragen we zoveel van ons zicht. De leefstijladviezen die ik ooit van mijn oogarts kreeg, heb ik uitgebreid met oefeningen waarover ik zelf heb gelezen. Zo doe ik doe ik al jaren al aan palmeren: een oefening waarbij ik mijn ogen rust geef. Ik maak kommetjes van mijn handen en dek mijn ogen helemaal af, zodat het compleet donker wordt. Dat doe ik elke dag zo’n twintig minuten. Ik voel de spanning uit mijn ogen trekken en mijn gedachten tot rust komen. Die totale ontspanning is zo fijn.”

Oogfonds in testament

“Ik ben in mijn leven heel veel in het ziekenhuis geweest vanwege mijn ogen. Tijdens één van de vele controles zag ik een folder van het Oogfonds. Ze doen veel aan onderzoek en dat sprak me zo aan dat ik donateur werd. Dat kan al wel zo’n twintig jaar geleden zijn geweest. Ook heb ik het Oogfonds opgenomen in mijn testament. Ik wil graag dat de jonge generatie geholpen wordt. Ik vind het belangrijk dat mensen weten wat zij zelf kunnen doen om goed voor hun ogen te zorgen. Ook aandacht voor gezonde kinderogen vind ik belangrijk. Dat het Oogfonds wetenschappelijk onderzoek naar oogziektes financiert en betrouwbare voorlichting geeft over ooggezondheid, spreekt mij enorm aan. Daar wil ik graag aan bijdragen.”

 

Help je mee zicht redden?

Elke donatie maakt een verschil in het leven van mensen met oogaandoeningen.