Van eerste transplantatie naar behandeling van netvliesziekten

Foto van Celine Koster

Twee jaar geleden hielpen donateurs van het Oogfonds onderzoeker Céline Koster van Amsterdam UMC om een spannende eerste stap te zetten. Zou het lukken om een in het laboratorium gekweekte netvlieslaag veilig te transplanteren? Inmiddels is er veel gebeurd. De transplantatie lukte, de cellen bleven leven en integreerden in het omliggende weefsel. Zo kwam vervolgfinanciering beschikbaar en kan Koster verder werken aan haar uiteindelijke doel: mensen met ernstige netvliesziekten een nieuwe behandeling bieden.

Een nieuwe laag gezonde cellen

Bij verschillende netvliesziekten, zoals retinitis pigmentosa en maculadegeneratie, raakt het retinaal pigmentepitheel (RPE) beschadigd. Deze laag cellen ligt onder het netvlies en is belangrijk voor het functioneren van de lichtgevoelige cellen waarmee we zien.

“Wat wij met ons onderzoek proberen te doen, is het beschadigde RPE vervangen door gezonde cellen, gekweekt uit stamcellen,” zegt Koster. Daarvoor ontwikkelde ze een aantal jaar geleden samen met onderzoekers van de TU Eindhoven een flinterdunne, biologisch afbreekbare drager waarop de nieuwe cellen kunnen groeien. Zo ontstaat een compleet nieuw laagje dat onder het netvlies kan worden geplaatst. De cellen verwerken het materiaal tot nieuw, bruikbaar weefsel.

Toen we Koster in 2024 spraken, stond een cruciale vraag nog open: lukt het daadwerkelijk om zo’n gekweekte cellaag te transplanteren? Met een bijdrage van 50.000 euro maakte het Oogfonds deze eerste preklinische studie mede mogelijk. “Ook al was dit een relatief kleine bijdrage, we konden hiermee laten zien dat de transplantatie technisch mogelijk is. Daarmee namen we een belangrijk risico weg en werd het onderzoek interessanter voor vervolgfinanciers,” aldus Koster.

De cellen leven en doen mee

Twee jaar later is er goed nieuws. De onderzoekers zijn erin geslaagd de gekweekte cellaag te transplanteren. Voor Koster is vooral belangrijk wat er daarna gebeurde. “Dat we kunnen transplanteren is al pionieren. Maar dat de cellen daarna blijven leven, integreren in het weefsel en ook iets van functie laten zien, is een heel mooi resultaat.”

Dat betekent nog niet dat er een behandeling voor patiënten is. Het onderzoek bevindt zich nog in de preklinische fase. Maar het laat wel zien dat het basisidee werkt: een gekweekte laag RPE-cellen kan worden getransplanteerd en onderdeel worden van het omliggende weefsel. Dat bewijs was nodig om verder te kunnen.

Iedere tussenstap telt in onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe behandeling bestaat uit veel opeenvolgende stappen. “Zo’n pad is heel lang en we delen het op in kleine stapjes,” zegt Koster. “Iedere stap is er één en alles wat dat mogelijk maakt, is belangrijk.”

Inmiddels heeft het onderzoek nieuwe financiering gekregen, onder andere via het overheidsprogramma BiotechBooster en via twee NWO-subsidies. Ook is een patentaanvraag ingediend voor de biologisch afbreekbare drager, wat van belang is om investeerders aan te trekken, een stap waar nu volop aan wordt gewerkt.

Voortbouwen op jarenlang werk

Koster is trots dat het team heeft doorgezet. Het onderzoek bouwt voort op jarenlang gezamenlijk werk, onder anderen met prof. Arthur Bergen en prof. Theo Smit van Amsterdam UMC. Bergen, die in september 2024 overleed, speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het onderzoek. Ook Smit, hoogleraar regeneratieve geneeskunde, is nauw betrokken bij de verdere ontwikkeling van de technologie.

“We zijn hier ruim tien jaar geleden mee gestart en hebben ondanks allerlei tegenslagen niet opgegeven,” zegt Koster. “Nu maken we langzaam maar zeker de stap van laboratoriumonderzoek naar toepassing bij patiënten. We zijn er nog niet, maar we hopen binnen een jaar of drie met de eerste klinische test te starten.”

Kan de nieuwe cellaag ook het zicht verbeteren?

De volgende onderzoeksfase richt zich onder meer op de oogziekte retinitis pigmentosa (RP). Dit is een groep erfelijke oogziekten waarbij cellen in het netvlies langzaam achteruitgaan. Vaak ontstaat eerst nachtblindheid en wordt het gezichtsveld vervolgens steeds kleiner (tunnelvisie). Uiteindelijk kan ernstige slechtziendheid of blindheid ontstaan.

De onderzoekers willen nu nagaan of de nieuwe cellaag niet alleen blijft leven, maar ook daadwerkelijk de werking van het netvlies kan verbeteren. Daarbij richten ze zich op een genetische afwijking die bij een groep patiënten met RP voorkomt. “We hopen in de volgende studie ook een functieverbetering te laten zien”, zegt Koster.

Van betekenis voor andere oogaandoeningen

Op langere termijn kan de techniek mogelijk ook van betekenis zijn voor andere aandoeningen waarbij het netvlies of het RPE beschadigd raakt. Een daarvan is leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD). Bij LMD raakt het centrale deel van het netvlies beschadigd, waardoor vooral het scherpe zicht achteruitgaat. Koster noemt daarnaast onder meer de ziekte van Stargardt en andere zeldzamere netvliesaandoeningen zoals gyraatatrofie. Nog verder in de toekomst hopen onderzoekers zelfs complexer netvliesweefsel met verschillende soorten cellen te kunnen opbouwen.

Nog geen gebaand pad

Voordat de eerste patiënten met deze celtherapie kunnen worden behandeld, moet er nog veel gebeuren. De cellen en de drager moeten onder zeer streng gecontroleerde omstandigheden worden geproduceerd en er moet uitgebreid worden aangetoond dat de behandeling veilig is. Ook is toestemming nodig van de Europese geneesmiddelenautoriteit (EMA) voordat een klinische studie kan beginnen.

Dat traject is complex en kost miljoenen euro’s. Bovendien is celtherapie nog een relatief jong vakgebied. “Er is nog geen gebaand pad,” zegt Koster. “Dat pad moeten we voor een deel zelf gaan aanleggen.”

Als alles volgens plan verloopt, hoopt ze binnen ongeveer drie jaar de stap naar onderzoek bij mensen te kunnen zetten. Daarvoor moet het bewijs uit de preklinische studies sterk genoeg zijn en moet voldoende financiering worden gevonden.

Elke stap brengt een behandeling dichterbij

Mede daarom vindt Koster de steun van donateurs zo belangrijk. Een bijdrage aan onderzoek leidt niet van de ene op de andere dag tot een nieuwe behandeling. Maar zonder die eerste onderzoeken kunnen de grote vervolgstappen nooit worden gezet.

“Ieder beetje helpt,” zegt ze. “Ook een pilot waarmee we een risico kunnen wegnemen. Iedere stap is er één. Al die stappen zijn nodig om uiteindelijk verder te komen. Met als ultiem doel het beschadigde netvlies niet alleen te beschermen tegen verdere achteruitgang, maar daadwerkelijk te herstellen.”

Ontvang de brochure ‘Tips voor gezonde ogen’

Houd je ogen gezond met onze gratis brochure vol praktische tips en voedingsadvies.

Omslag van de brochure Tips voor gezonde ogen