Volwassen ogen

Volwassen ogen

Je ogen veranderen als je ouder wordt. Lees welke oogklachten en oogziektes vaker voorkomen, wanneer oogcontrole belangrijk is en hoe je goed voor je ogen zorgt.

Een vrouw heeft haar bril vast

Onze ogen veranderen gedurende ons hele leven. Vanaf ongeveer het veertigste levensjaar merken veel mensen dat dichtbij scherpstellen moeilijker wordt. Naarmate we ouder worden, kunnen ook andere veranderingen optreden. Sommige horen bij het normale ouder worden, terwijl andere veranderingen kunnen wijzen op een oogziekte.

Het risico op verschillende oogziektes neemt toe met de leeftijd. Daarom is het belangrijk om veranderingen in je zicht serieus te nemen en goed voor je ogen te zorgen.

Hoe veranderen je ogen als je ouder wordt?

Vanaf ongeveer het veertigste levensjaar wordt de ooglens geleidelijk minder flexibel. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om dichtbij scherp te zien. Dit noemen we ouderdomsverziendheid (presbyopie). Veel mensen merken dit doordat ze een boek, telefoon of menukaart verder van zich af moeten houden. Een leesbril kan dan helpen.

Ook andere delen van het oog veranderen als je ouder wordt. De pupil wordt kleiner en reageert minder snel op veranderingen in licht. Hierdoor kun je bijvoorbeeld meer licht nodig hebben om prettig te lezen en hebben je ogen meer tijd nodig om zich aan te passen wanneer je van een lichte naar een donkere omgeving gaat.

De traanfilm kan veranderen, waardoor droge ogen vaker voorkomen. Ook verandert de ooglens gedurende het leven. De lens kan steeds minder helder worden. Wanneer de lens troebel wordt en het zicht daardoor vermindert, spreken we van staar.

Niet iedere verandering van het zicht hoort bij het ouder worden. Oogziektes zoals glaucoom en leeftijdsgebonden maculadegeneratie komen vaker voor naarmate we ouder worden en kunnen blijvende schade aan het zicht veroorzaken

Wist je dat:

Meer dan de helft (53%) van de Nederlanders bang is dat het zicht afneemt bij het ouder worden?

Oogcontroles bij volwassenen

Na de oogcontroles in de jeugd zijn er in Nederland geen standaard oogcontroles voor iedere volwassene. Toch kan het verstandig zijn om je ogen te laten onderzoeken, zeker als je veranderingen in je zicht merkt of een verhoogd risico op een oogziekte hebt.

Laat je ogen bijvoorbeeld onderzoeken als:

  • je merkt dat je zicht verandert
  • je aanhoudende oogklachten hebt
  • oogziektes zoals glaucoom in je familie voorkomen
  • je sterk bijziend bent
  • je diabetes hebt
  • een arts of andere oogzorgprofessional regelmatige controles heeft geadviseerd

Waar je het beste terechtkunt, hangt af van je klachten en situatie. Een optometrist kan de gezondheid van de ogen onderzoeken en je zo nodig verwijzen naar een oogarts. Bij plotselinge of ernstige oogklachten is de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt.

Lees meer over wie wat doet in de oogzorg →

Wanneer moet je extra alert zijn?

Veranderingen in het zicht ontstaan soms heel geleidelijk. Daardoor merk je niet altijd direct dat je minder goed ziet. Sommige oogziektes geven in het begin zelfs nauwelijks klachten.

Het is belangrijk om veranderingen in je zicht niet automatisch toe te schrijven aan het ouder worden. Wees onder andere alert op:

Sommige veranderingen van het zicht kunnen een alarmsignaal zijn. Ontstaan klachten plotseling of heb je hevige oogpijn of plotseling verminderd zicht? Neem dan contact op met je huisarts. Buiten kantooruren kun je contact opnemen met de huisartsenpost.

Veelvoorkomende oogklachten bij volwassenen

Bijna iedereen heeft weleens last van de ogen. Vaak is de oorzaak onschuldig, maar oogklachten kunnen soms ook een signaal zijn van een oogziekte.

Droge ogen

Bij droge ogen wordt onvoldoende traanvocht aangemaakt of verdampt de traanfilm te snel. De ogen kunnen branderig, rood of vermoeid aanvoelen. Ook kan het zicht wisselend wazig zijn. Droge ogen kunnen vreemd genoeg juist ook tranende ogen veroorzaken.

Droge ogen komen vaker voor bij het ouder worden. Ook de overgang, bepaalde medicijnen, contactlenzen en een verminderde werking van de meibomklieren in de oogleden kunnen een rol spelen.

Lees meer over droge ogen →

Wazig zien

Wazig zien kan veel verschillende oorzaken hebben. Soms is een veranderde brilsterkte de oorzaak, maar wazig zien kan ook voorkomen bij bijvoorbeeld droge ogen, staar of een aandoening van het netvlies.

Ontstaat wazig zien plotseling of neemt het zicht snel af? Laat dit dan onderzoeken.

Lees meer over wazig zien →

Tranende ogen

Tranende ogen kunnen ontstaan doordat het oog geïrriteerd raakt of juist te droog is. Ook kan het traanvocht soms niet goed worden afgevoerd, bijvoorbeeld door een vernauwing of verstopping van de traanwegen.

Lees meer over tranende ogen →

Lichtflitsen en vlekjes

Veel mensen zien zwevende vlekjes, sliertjes of puntjes in hun zicht. Deze ontstaan vaak door veranderingen in het glasvocht die bij het ouder worden horen.

Zie je plotseling veel nieuwe vlekjes (mouches volantes) of lichtflitsen? Dan kan er sprake zijn van een glasvochtloslating. Daarbij kan soms een scheurtje in het netvlies ontstaan. Daarom is het belangrijk om plotselinge nieuwe klachten te laten beoordelen.

Lees meer over glasvochtloslating →

Veelvoorkomende oogziektes bij volwassenen

Het risico op verschillende oogziektes neemt toe met de leeftijd. Sommige oogziektes ontwikkelen zich langzaam en geven in het begin weinig klachten. Vroege signalering kan daarom belangrijk zijn om blijvende schade aan het zicht te voorkomen.

Staar

Bij staar wordt de ooglens troebel. Hierdoor wordt het zicht geleidelijk waziger. Kleuren kunnen minder helder worden en je kunt meer last krijgen van fel licht of schitteringen.

Staar komt vooral voor bij het ouder worden. Wanneer staar het dagelijks leven belemmert, kan de troebele ooglens tijdens een operatie worden vervangen door een kunstlens.

Lees meer over staar →

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie

Bij leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD) raakt de macula beschadigd. Dit is het centrale deel van het netvlies waarmee je scherp ziet en details waarneemt.

Hierdoor kan het centrale zicht achteruitgaan. Lezen, gezichten herkennen en andere activiteiten waarbij scherp zicht nodig is, kunnen steeds moeilijker worden.

Lees meer over maculadegeneratie →

Glaucoom

Glaucoom is een oogziekte waarbij de oogzenuw beschadigd raakt. Hierdoor kan langzaam een deel van het gezichtsveld verloren gaan.

De meest voorkomende vorm van glaucoom geeft in het begin vaak weinig of geen klachten. Schade aan de oogzenuw die eenmaal is ontstaan, kan niet worden hersteld. Vroege opsporing en behandeling zijn daarom belangrijk.

Lees meer over glaucoom →

Diabetische retinopathie

Mensen met diabetes kunnen diabetische retinopathie krijgen. Een langdurig verhoogde bloedsuiker kan de kleine bloedvaten in het netvlies beschadigen.

In het begin geeft diabetische retinopathie vaak geen klachten. Daarom worden mensen met diabetes regelmatig gecontroleerd op veranderingen in het netvlies.

Lees meer over diabetische retinopathie →

Netvliesloslating

Bij een netvliesloslating laat het netvlies los van de onderliggende laag. Dit kan leiden tot blijvende schade aan het zicht als het niet snel wordt behandeld.

Waarschuwingssignalen kunnen onder andere plotselinge lichtflitsen, veel nieuwe zwevende vlekjes of een donkere schaduw of een soort gordijn in het gezichtsveld zijn.

Een netvliesloslating is een spoedgeval en moet snel door een oogarts worden behandeld.

Lees meer over netvliesloslating →

Zo houd je je ogen gezond

Niet alle oogproblemen en oogziektes zijn te voorkomen. Wel kun je zelf veel doen om je ogen zo gezond mogelijk te houden en de kans op bepaalde oogziektes te verkleinen.

  • eet gezond en gevarieerd, met voldoende groente, fruit, vis, noten en zaden
  • beweeg voldoende
  • rook niet
  • bescherm je ogen tegen uv-straling met een goede zonnebril met 100% uv-bescherming (UV400)
  • laat diabetes, hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterol goed behandelen
  • draag contactlenzen volgens de hygiënerichtlijnen
  • gebruik oogbescherming bij klussen, sporten of werk waarbij je ogen beschadigd kunnen raken
  • neem veranderingen in je zicht serieus en laat oogklachten onderzoeken wanneer dat nodig is

Goed voor je ogen zorgen is je hele leven belangrijk. Niet alle oogziektes zijn te voorkomen. Wel kan een gezonde leefstijl bij sommige oogziektes de kans verkleinen dat je ze krijgt of dat ze verder achteruitgaan. Ook helpt tijdige signalering om oogziektes vroeg op te sporen en waar mogelijk te behandelen. Zo kun je bijdragen aan het behoud van een zo goed mogelijk zicht.

Veelgestelde vragen

Hieronder vind je veelgestelde vragen over volwassen ogen en ooggezondheid.

1. Is het normaal dat mijn ogen achteruitgaan als ik ouder word?

Bepaalde veranderingen horen bij het ouder worden. Vanaf ongeveer het veertigste levensjaar wordt de ooglens bijvoorbeeld minder flexibel, waardoor dichtbij scherpstellen lastiger wordt. Ook heb je vaak meer licht nodig om goed te zien.

Maar niet iedere achteruitgang van het zicht hoort bij ouder worden. Wazig zien, vervormd zien of verlies van een deel van het gezichtsveld kunnen wijzen op een oogaandoening en verdienen altijd onderzoek.

2. Vanaf welke leeftijd veranderen je ogen?

Je ogen veranderen gedurende je hele leven. Een van de eerste veranderingen die veel volwassenen zelf merken, ontstaat meestal rond het veertigste levensjaar: dichtbij scherpstellen wordt lastiger.

Met het verder ouder worden veranderen ook andere delen van het oog en neemt het risico op verschillende oogziektes toe.

3. Hoe vaak moet ik mijn ogen laten controleren?

Er bestaat niet één controle-interval dat voor iedere volwassene geldt. Hoe vaak controle nodig is, hangt onder andere af van je leeftijd, klachten, familiegeschiedenis en algemene gezondheid.

Heb je diabetes, sterke bijziendheid, een oogziekte in de familie of ben je al onder behandeling voor een oogaandoening? Dan kunnen regelmatige controles nodig zijn. Overleg dit met je huisarts, optometrist of oogarts.

4. Welke oogziektes komen vaker voor als je ouder wordt?

Met het ouder worden neemt onder andere het risico toe op staar, leeftijdsgebonden maculadegeneratie en glaucoom. Ook andere aandoeningen zoals diabetische retinopathie en netvliesloslating komen vaker voor.

Sommige van deze oogziektes geven in het begin weinig klachten. Daarom is het belangrijk om risicofactoren te kennen en veranderingen in je zicht serieus te nemen.

5. Wanneer moet ik met oogklachten naar een arts?

Neem contact op met je huisarts bij plotseling verminderd zicht, plotseling dubbelzien, hevige oogpijn of andere plotselinge veranderingen. Dit kunnen alarmsignalen zijn.

Bij niet-acute veranderingen of aanhoudende oogklachten kan een optometrist de ogen onderzoeken en zo nodig doorverwijzen naar een oogarts.

6. Kun je oogziektes voorkomen?

Niet alle oogziektes zijn te voorkomen. Leeftijd en erfelijke aanleg kun je bijvoorbeeld niet beïnvloeden.

Wel kun je de gezondheid van je ogen ondersteunen door niet te roken, gezond en gevarieerd te eten, voldoende te bewegen en je ogen te beschermen tegen uv-straling.

7. Heeft voeding invloed op je ogen?

Gezonde en gevarieerde voeding levert voedingsstoffen die belangrijk zijn voor de gezondheid van je ogen. Groente, fruit, vis, noten en zaden leveren belangrijke bouwstoffen en antioxidanten die het netvlies ondersteunen.

8. Wanneer heb ik een leesbril nodig?

Vanaf ongeveer het veertigste levensjaar wordt de ooglens minder flexibel. Daardoor kan het lastiger worden om kleine letters dichtbij scherp te zien.

Een leesbril kan helpen om dichtbij weer comfortabel scherp te zien. Welke sterkte je nodig hebt, verschilt per persoon.

Ontvang de brochure ‘Tips voor gezonde ogen’

Houd je ogen gezond met onze gratis brochure boordevol praktische tips en voedingsadvies.

Omslag van de brochure Tips voor gezonde ogen