Vrouw bekijkt wenskaart met loepje

Dubbelzien (diplopie)

Terug

Dubbelzien (diplopie) is het tegelijkertijd zien van twee beelden. Dubbelzien kan optreden als met beide ogen gekeken wordt (binoculaire diplopie), maar dubbelzien met één oog (monoculaire diplopie) is ook mogelijk. 

De dubbele beelden kunnen naast elkaar te zien zijn, maar ook (schuin) boven elkaar. Bij sommige mensen staan de dubbele beelden altijd hetzelfde ten opzichte van elkaar, bij anderen kunnen richting en afstand tussen de dubbelbeelden steeds variëren. Ze verschuiven bijvoorbeeld met de richting van het kijken, de houding van het hoofd of de afstand waarop naar iets gekeken wordt.

Dubbelzien kan dagelijkse activiteiten lastig maken. Door de dubbelbeelden is het moeilijk om afstanden goed in te schatten. Daardoor grijpen mensen mis als ze iets willen pakken of maken ze een misstap. Ook lezen en schrijven is erg inspannend. Dubbelzien kan ook klachten geven als duizeligheid, wazig zien, hoofdpijn en vermoeide ogen.

Dubbelzien kan tijdelijk zijn. Vaak is het dan een gevolg van een val op het hoofd (hersenschudding). Ook kan een TIA (een tijdelijke of voorbijgaande beroerte) gepaard gaan met dubbelzien aan één oog. Te veel alcohol drinken en het gebruik van bepaalde medicijnen of drugs kunnen ook tijdelijk dubbelzien tot gevolg hebben.

Vraag onze folder 'Tips voor gezonde ogen' aan!

Deze staat boordevol tips en informatie voor gezonde ogen.

De oorzaken van dubbelzien (diplopie)

Dubbelzien kan verschillende oorzaken hebben. De oorzaken van binoculaire diplopie en monoculaire diplopie zijn verschillend. Bij binoculaire diplopie is er iets mis met de samenwerking tussen de twee ogen. De problemen verdwijnen als één oog dichtgehouden wordt. Bij monoculaire diplopie is er een probleem in het oog zelf en blijft het probleem bestaan ook als één oog afgedekt wordt.

Een belangrijke oorzaak van binoculair dubbelzien is scheelzien op latere leeftijd. Als scheelzien ontstaat op een leeftijd jonger dan 8 jaar, kunnen de hersenen het zien met één oog onderdrukken. Hierdoor neemt het kind toch maar één beeld waar. Dit onderdrukte oog heet een lui oog. Bij volwassenen werkt dit mechanisme niet meer.  Als een volwassene scheel kijkt, zenden de ogen twee verschillende beelden naar de hersenen. De hersenen zijn niet in staat die beelden samen te voegen of één van de beelden te negeren. Soms kan langer bestaand scheelzien op den duur nog dubbelzien veroorzaken.

Binoculair dubbelzien kan ook een neurologische oorzaak hebben. Eén of meer hersenzenuwen die de oogspieren aansturen raken dan verlamd. Een oog heeft 6 oogspieren die aangestuurd worden door drie hersenzenuwen. Als die hersenzenuwen niet meer of onvoldoende functioneren, functioneren de oogspieren ook niet meer goed. Hierdoor wordt met ieder oog een ander beeld naar de hersenen gestuurd en ontstaan dubbelbeelden. Hersenzenuwen kunnen beschadigd raken door bijvoorbeeld een herseninfarct, suikerziekte, afwijkingen in een bloedvat of een tumor. 

Binoculair dubbelzien kan ook veroorzaakt worden door een ongeval. Een bekend voorbeeld is de tennisbal in het oog, waardoor het oog naar binnen wordt gedrukt en de oogkas breekt. De oogspier raakt daardoor bekneld en het oog kan niet meer goed bewegen.

Ook kunnen bepaalde oogspierziekten binoculaire diplopie veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is de ziekte van Graves. De ziekte van Graves is een schildklierafwijking en kan klachten geven op meerdere plekken in het lichaam, waaronder in het oog. Er treedt een ontstekingsreactie op in de oogkassen. Daarbij worden vooral het vetweefsel en de oogspieren aangetast. Door ontsteking van de oogspieren gaan deze zwellen en kunnen ze minder goed bewegen. Dit kan tot scheelheid leiden wat weer dubbelzien veroorzaakt.

Een andere oorzaak van binoculair dubbelzien is zwakte van de binnenste oogspieren (convergentiezwakte). Als een voorwerp dichtbij is, draaien we beide ogen naar binnen om het goed te kunnen zien. Dit heet convergeren. We convergeren bijvoorbeeld bij lezen, handwerken en werken achter de computer. Als de binnenste oogspieren niet sterk genoeg zijn, lukt het niet om de ogen naar binnen te draaien. Hierdoor wordt het beeld wazig en gaan we dubbel zien.

In een normaal werkend oog wordt maar één beeld op het netvlies geprojecteerd. Bij monoculair dubbelzien is dit verstoord en ontstaan er meerdere beelden. Dit heeft niets te maken met de samenwerking tussen de twee ogen, maar komt door een afwijking in het oog zelf. Dubbelzien met één oog kan verschillende oorzaken hebben.

Een belangrijke veroorzaker is een cilinderafwijking in het oog (astigmatisme). Een cilinderafwijking ontstaat als de oogbol niet rond van vorm is maar ovaal.  Het licht breekt dan in verschillende richtingen en er ontstaan twee brandpunten. Hiervan kan er bijvoorbeeld één voor het netvlies vallen en één erachter. Hierdoor ontstaat een onscherp, dubbel beeld. Een aanpassing van de brillenglazen kan het probleem verhelpen.

Ook kan dubbelzien met één oog veroorzaakt worden door onder andere staar (cataract), een verschoven kunstlens na een staaroperatie, troebelingen in het glasvocht, hoornvliesafwijkingen (bijvoorbeeld littekenvorming) of gaatjes in het regenboogvlies. 

Oog voor preventie;
de online Oogtest

Een oogziekte moet zo snel mogelijk behandeld worden, maar wordt vaak pas in een laat stadium herkend.

Doe de online Oogtest
Oog voor preventie;
de online Oogtest