01 september 2020

“Ik ben dankbaar voor het zicht dat ik heb, ondanks de diagnose glaucoom”

“Bij een bezoek aan de optometrist kreeg ik te horen: ‘Dit klopt niet! Met een oogdruk van 35 stuur ik je door naar de oogarts.’ Inmiddels leef ik 16 jaar met geslotenkamerhoekglaucoom en ben ik dankbaar voor het zicht dat ik nog heb. Want ik heb geen garantie dat het zo blijft. Ik doe van alles, zolang het kan! Glaucoom is erfelijk, maar in mijn familie komt het niet voor. Ik was dan ook erg verrast door de diagnose.

Ik ben nu 76 jaar, getrouwd en gepensioneerd. Als mensenmens heb ik het nodig om onder de mensen te zijn en ik maak me graag nuttig. Je kunt wel glaucoom hebben, maar dat wil niet zeggen dat je je aan een stoel moet vastbinden. Nu ben ik ook iemand die heel slecht kan stilzitten. Daarom zet ik me in als penningmeester bij de Oogvereniging, afdeling glaucoom. Ik ben bestuurslid bij de bridgeclub en ik ben politiek actief in de Krimpenerwaard. Samen met mijn vrouw heb ik 5 kinderen, 8 kleinkinderen en zelfs 1 achterkleinkind. Ik heb genoeg te doen!

Voorkom klachten

Ik heb haast geen tijd om bij de pakken neer te zitten. Ik koester het zicht dat ik heb. Toen ik destijds de diagnose kreeg, stond mijn leven wel even op zijn kop. Ik leefde in een roes. De arts vertelde me wat me te wachten stond als ik het gebruik van oogdruppels zou nalaten. Ik zocht op internet naar informatie en lichtte mijn kinderen in. Ik heb ze aangeraden om regelmatig hun ogen te laten controleren bij de opticien. Glaucoom is een sluipende oogziekte. Je hebt het zelf niet in de gaten dat je zicht vermindert, omdat je hersenen de ontbrekende stukjes invullen. Ik zie het ook als mijn taak om bewustwording te creëren over de oogziekte. Ik leg folders bij de plaatselijke apotheek en praat er veel over. Als je klachten krijgt, ben je eigenlijk al te laat…

Stabiel

Mijn ogen druppelen is onderdeel van m’n dagritme. Ik doe het 3 keer per dag en ik ben hier heel trouw in, want ik zie de noodzaak. Sinds de diagnose is mijn zicht ook niet verder achteruitgegaan. De oogdruk schommelt wel, maar daarvoor blijf ik onder controle bij de oogarts. Ik mag nu een half jaar wegblijven! Dus dan vertrouw ik op het feit dat mijn zicht stabiel is. Zoals ik nu kijk en leef, kan ik best 85 worden of misschien zelfs ouder. Ik probeer me niet teveel bezig te houden met de kans dat mijn zicht minder wordt. Ik wil me niet teveel focussen op ziek-zijn. Als mijn zicht wel minder wordt, dan zou ik mijn vrijheid het meeste missen. Altijd afhankelijk moeten zijn van anderen lijkt me een hele opgave.

Bewustwording

Ik vind het heel belangrijk dat er zoveel mogelijk bekend gaat worden over de signalen van glaucoom en hoe te behandelen of zelfs genezen. Nieuw wetenschappelijk oogonderzoek houd ik daarom nauwlettend in de gaten. De ontwikkelingen, hoe klein ook, zijn voor de toekomst erg belangrijk!”