Behandeling staar

Bij beginnende staar kunt u zich nog een tijdje redden met een andere bril, een vergrootglas of extra licht. Maar uiteindelijk gaat u zonder behandeling steeds minder zien.

Er zijn geen medicijnen om staar te voorkomen of te genezen. Laseren is ook niet mogelijk. De enige behandeling voor staar is een staaroperatie, ook wel een cataractoperatie genoemd. Tijdens de operatie vervangt de oogarts de troebele lens door een heldere kunstlens. Een staaroperatie gebeurt altijd maar aan één oog. Als beide ogen moeten worden geopereerd, zit er ongeveer twee weken tussen de twee operaties.

Wanneer is een staaroperatie nodig?

U hoeft niet meteen geopereerd te worden aan staar. Als u zich niet laat opereren, kunt u niet blind worden. Uw zicht gaat dan wel langzaam achteruit. Een staaroperatie is pas nodig als de staar u gaat belemmeren in uw dagelijkse bezigheden.

Uiteindelijk ondergaan de meeste mensen met staar vroeg of laat een operatie. In Nederland zijn dat er jaarlijks zo’n 160.000 (bron: Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen). Heeft u het idee dat u een staaroperatie moet ondergaan? Overleg dit dan met uw oogarts. De oogarts onderzoekt uw ogen en bespreekt met u de voor- en nadelen van een operatie.

Heeft u in het verleden uw ogen laten laseren om geen bril of lenzen meer te hoeven dragen? Ook dan kunt u zich aan staar laten opereren. Geef wel bij uw oogarts aan dat uw ogen zijn gelaserd. Hij/zij kan er dan rekening mee houden bij het bepalen van de sterkte van de kunstlenzen.

Hoe gaat een staaroperatie?

Een staaroperatie gebeurt op de dagbehandeling. Dit betekent dat u voor en/of na de operatie niet in het ziekenhuis hoeft te overnachten. Meestal wordt het oog plaatselijk verdoofd. Dit gebeurt met druppels in het oog en vaak ook een injectie naast het oog. Daardoor kunt u tijdens de staaroperatie uw oog niet meer bewegen en is het oog zelf gevoelloos. Soms gebeurt een staaroperatie onder volledige narcose.

Een staaroperatie zelf duurt maar 10 tot 15 minuten. Bij de operatie wordt de oude lens via een kleine opening uit het kapselzakje (het zakje rond de ooglens) verwijderd. Dit gebeurt met een soort klein stofzuigertje (phaco-emulsificatie). Dit mini-stofzuigertje stoot trillingen uit, waardoor de troebele lens loslaat. Tegelijkertijd worden de losgetrilde deeltjes opgezogen.

Vervolgens plaatst de oogarts de opgerolde kunstlens in het lege kapselzakje. De lens ontvouwt vanzelf en zet zich daarbij vast. Een staaroperatie doet meestal geen pijn.

Staar komt soms voor in combinatie met natte maculadegeneratie. Is dat bij u het geval? Dan kan het zijn dat u tijdens de staaroperatie ook een injectie in het oog krijgt om de maculadegeneratie te remmen.

Soorten kunstlenzen bij een staaroperatie

De kunstlens die de oogarts plaatst, is al voor de staaroperatie aangemeten. Net als verschillende soorten brillen en contactlenzen zijn er ook verschillende soorten kunstlenzen:

  • Enkelvoudige kunstlens >, Met deze lens kunt u op één afstand scherp zien. Of dichtbij of veraf. Om op een andere afstand scherp te kunnen zien, is dan een bril nodig. Meestal wordt voor deze lens gekozen.
  • Multifocale kunstlens > Deze lens is handig als u liever geen bril draagt. Met deze lens kunt u namelijk in de verte en dichtbij goed zien. Deze lens heeft alleen wel een paar nadelen. U ziet minder goed het verschil tussen licht en donker. In het donker kunt u lichtkransen (halo) en schitteringen zien rondom lichtbronnen, zoals koplampen. U ziet over het geheel genomen toch wat minder scherp dan met enkelvoudige kunstlenzen. En, in tegenstelling tot enkelvoudige lenzen, vergoeden verzekeraars deze lenzen vaak niet.
  • Torische kunstlens > U kunt voor deze lens kiezen als u een cilinderafwijking heeft. Tegenwoordig kunnen torische lenzen geïntegreerd worden in monofocale en multifocale lenzen. Voor deze lenzen moet u meestal zelf bijbetalen.

Nazorg staaroperatie

Na de staaroperatie krijgt u een verband of een oogkapje op uw oog. U kunt dan niet goed zien. U kunt ook niet zelf autorijden. Vraag daarom of iemand u na de staaroperatie naar huis brengt.

Het kapje of het verband mag u de volgende dag al verwijderen. De eerste week moet u ’s nachts nog wel een plastic kapje dragen om uw oog te beschermen. Verder is het de eerste tijd goed om niet in het oog te wrijven, geen contactsporten te doen, niet te zwemmen en stoffige ruimten te vermijden.

Onder de nazorg bij een staaroperatie valt ook het druppelen van het oog. Dit doet u vanaf de operatiedag meerdere keren per dag. De oogdruppels zijn bedoeld om infecties te voorkomen. Hoelang u moet druppelen na een staaroperatie bepaalt de oogarts. Meestal is dat zo’n vier weken.

Na de operatie moet u twee keer terugkomen bij de oogarts voor controle. Dat is de dag na de operatie en later nog een keer. De oogarts vertelt u wanneer.

Herstel na een staaroperatie

Het herstel na een staaroperatie gaat meestal snel en zonder problemen. Het is normaal dat u de eerste dagen na de operatie wat wazig ziet. Ook kan het oog dan nog geïrriteerd zijn en tranen. Ook kunt u hoofdpijnklachten hebben. Meestal vallen de klachten mee. Zo nodig kunt u paracetamol slikken.

Uiteindelijk kunnen de meeste mensen na een staaroperatie veel beter zien. Soms is dat niet zo. Het is van tevoren niet goed te voorspellen hoeveel beter u gaat zien. De meeste mensen hebben na een staaroperatie nog wel een bril of contactlenzen nodig. Vier tot zes weken na de (laatste) staaroperatie kunt u een nieuwe bril of contactlenzen laten aanmeten.

Heeft u naast staar ook andere oogproblemen, zoals maculadegeneratie, dan zijn de resultaten iets minder goed. In dat geval zal na het plaatsen van een nieuwe lens het zicht wel beter zijn, maar niet scherp.

Staaroperatie en autorijden

Hoelang u na een staaroperatie niet mag autorijden, is onduidelijk. Dat verschilt per persoon. In principe mag u 24 uur na een staaroperatie weer autorijden, maar alleen als de gezichtsscherpte dan voldoende is. Het is daarom het beste om dit met de oogarts te overleggen.

Complicaties na een staaroperatie

Zoals bij elke operatie kan ook een staaroperatie complicaties geven. Gelukkig is dit vrijwel nooit zo. In 98% van de gevallen verlopen de operatie en het herstel zonder problemen. Ontstaan er complicaties, dan zijn die meestal onschuldig en kunnen makkelijk verholpen worden.

Complicaties tijdens en na een staaroperatie kunnen zijn:

  • Nastaar > Bij nastaar vertroebelt het kapsel rond de kunstlens. Dit kan een paar maanden of jaren na de operatie gebeuren. Uw zicht wordt dan geleidelijk minder. Met de huidige operatietechnieken komt nastaar bijna niet meer voor. Heeft u toch nastaar en heeft u er last van? Dan is het goed te behandelen met laser. Het laseren is pijnloos en duurt maar 10 minuten.
  • Gescheurd kapselzakje > Tijdens 1 op de 100 staaroperaties ontstaat er een scheurtje in het lenszakje. Dit heet een kapselscheur. De kunstlens heeft dan onvoldoende steun om te kunnen worden geplaatst. Er moet dan een andere aanhechtingsplaats worden gevonden.
    Door de kapselscheur kan er glasvocht (het vocht in het glasachtig lichaam achter de lens) naar voren komen in het oog. Dit moet eerst worden verwijderd om ruimte te maken voor de kunstlens. Én om risico’s op complicaties aan het netvlies, zoals een netvliesloslating, te verkleinen. Ook kunnen er stukjes van de oude lens in het glasvocht komen. Deze stukjes moeten alsnog worden verwijderd, omdat ze ontstekingen en een hoge oogdruk kunnen veroorzaken.
  • Macula-oedeem > Soms ontstaat er kortere of langere tijd na een staaroperatie een vochtophoping in het netvlies. Het vocht hoopt zich dan op in de gele vlek (macula) en veroorzaakt macula-oedeem. Het zicht wordt slechter en kan vertekend raken. De kans hierop is groter als u diabetes heeft. Maar ook dan is het zeldzaam. Meestal lost macula-oedeem binnen een aantal maanden vanzelf op. Soms is extra behandeling nodig met oogdruppels of injecties. Macula-oedeem ontstaat vaak in combinatie met een gescheurd kapselzakje.
  • Dubbelzien na staaroperatie > Ook kan het gebeuren dat de kunstlens verschuift. Dit kan de eerste weken na de operatie gebeuren, maar ook jaren daarna. Door de verschuiving vermindert het zicht, wordt het oog lichtgevoelig en ontstaat dubbelzien. De oplossing is het opnieuw plaatsen of vervangen van de kunstlens.
  • Bacteriële infectie > Een bacteriële infectie (endophthalmitis) komt heel zelden voor. Maar 1 op de 2.000 mensen die een staaroperatie hebben gehad, krijgt ermee te maken. Om een infectie te voorkomen maakt de oogarts de huid rondom het oog schoon met jodium en krijgt u een druppel verdunde jodium in het oog. Uw oog wordt na de operatie afgedekt met een verband of een oogkapje. Als de oogarts denkt dat u een grotere kans op endophthalmitis heeft, krijgt u na de operatie een injectie met antibiotica in het oog.
  • Wondlekkage > Heel af en toe treedt er wondlekkage op. Als de oogarts tijdens de operatie de kans op een wondlekkage hoog inschat, zal een hechting geplaatst worden om dit te voorkomen.

Wanneer naar de dokter?

De eerste dagen na de operatie is het normaal dat u bepaalde klachten heeft, zoals wazig zien, irritatie, roodheid en hoofdpijn. Nemen deze klachten toe, wordt het zicht bijvoorbeeld opeens minder of ziet u zwarte vlekken of lichtflitsen, dan moet u direct contact opnemen met de oogarts.

Wetenschappelijk onderzoek naar staar

Jaren geleden werden mensen met staat niet behandeld. Ze zagen hun leven door een waas. De wetenschap heeft ervoor gezorgd dat er een operatieve behandeling is gekomen die zich steeds verder heeft verfijnd. Daarom heeft staar nu geen invloed meer op iemands toekomstperspectief. Zo zorgt wetenschappelijk onderzoek voor hét verschil tussen zien en niet zien! Dat willen we graag voor meer oogziektes realiseren.

Gratis folder staar

Vraag onze folder aan:
Themaspecial Staar

Ontvang de folder GRATIS

Dit is wat een persoon ziet met