Oog close-up

Kleurenblindheid

Terug

Wat is kleurenblindheid?

Iemand die kleurenblind is, ziet meestal nog wel kleuren maar niet alle kleuren even goed. Kleurenblindheid is dus eigenlijk een verkeerde naam. Daarom wordt ook vaak de term kleurenzienstoornis gebruikt.

Kleurenblindheid komt vaak voor. Acht procent van alle mannen in Nederland hebben een vorm van kleurenblindheid. Bij vrouwen is dat veel minder: 0,5%. Kleurenblindheid is geslachtsgebonden erfelijk. Dit betekent dat kinderen het van hun opa kunnen erven via hun moeder. Kleurenblindheid kan niet genezen.

Oorzaak kleurenblindheid

Bij kleurenblindheid is er meestal een probleem met de kegeltjes in het netvlies. Kegeltjes zijn lichtgevoelige cellen, waarvan we er ongeveer 6 miljoen hebben. Naast kegeltjes bevat het netvlies ook zo’n 120 miljoen staafjes. Met de staafjes zien we verschillen in licht en donker. Als het donker is, werken alleen onze staafjes. Met de kegeltjes zien we kleuren en kunnen we details zien van dingen recht voor ons. Er zijn drie soorten kegeltjes die elk gevoelig zijn voor een bepaalde kleur: rood, groen of blauw. De kegeltjes werken met elkaar samen, waardoor bijna iedereen alle kleuren kan zien. Werkt een bepaald soort kegeltje niet goed, dan gaat het mis in de samenwerking en ontstaat er een kleurenzienstoornis. 
In sommige gevallen gaat er iets mis in de hersenen, waardoor iemand niet goed kleuren ziet.

Vormen van kleurenblindheid

Kleurenblindheid kan worden onderverdeeld in aangeboren kleurenblindheid en kleurenblindheid die op latere leeftijd ontstaat.

Bij aangeboren kleurenblindheid onderscheiden we vier groepen:

  1. Trichromatopsie: Bij trichromatopsie werken alle drie de typen kegeltjes. Dit is het normale zicht (normale trichromatopsie) en komt in Nederland bij 92% van de mannelijke bevolking voor. Soms komt het echter voor dat alle drie de typen kegeltjes werken, maar eentje net iets minder goed. Dat heet anomale trichromatopsie. Iemand met anomale trichromatopsie kan alle kleuren zien, maar heeft last van kleurzwakte. Doen de groene kegeltjes het minder goed dan heet dat deuteranomalie. Zijn de rode kegeltjes verzwakt, dan heet dat protanomalie. En bij tritanomalie zijn de blauwe kegeltjes zwak.
  2. Dichromatopsie: Bij dichromatopsie werken twee van de drie typen kegeltjes. Werken de groene kegeltjes niet, dan heet dat deuteranoop. Mensen die dit hebben (1% van de mannen) verwarren groen en rood. Werken de rode kegeltjes niet, dan heet dat protanoop. Mensen met protoanoop (1% van de mannen) verwarren ook de kleuren rood en groen. Tot slot is er de groep bij wie de blauwe kegeltjes niet werken (tritanoop). Deze mensen kunnen de kleuren blauw en geel niet onderscheiden. Deze vorm van kleurenblindheid is heel zeldzaam. Maar 0,001% van de mannen heeft er last van.
  3. Monochromatopsie: Monochromatopsie is een zeer zeldzame afwijking waarbij maar één type kegeltjes werkt. Mensen met monochromatopsie hebben een zeer slecht zicht. Daarnaast hebben ze ook vaak last van lichtschuwheid. 
  4. Achromatopsie: Bij mensen met achromatopsie werken geen van de kegeltjes. Daardoor kunnen ze geen kleuren zien, maar alleen zwart-wit- en grijstinten. In feite zijn deze mensen echt kleurenblind. Achromatopsie is extreem zeldzaam: 0,0001% van de mannen in Nederland heeft deze aandoening. Mensen met achromatopsie zijn lichtschuw en kunnen overdag slecht zien. 

 

Hoewel het niet vaak voorkomt, kan kleurenblindheid ook later ontstaan. Hiervoor zijn verschillende oorzaken mogelijk. Het kan voorkomen bij bepaalde oogzenuwafwijkingen, zoals neuritis optica. Of bij erfelijke ziekten aan het netvlies, zoals kegeldystrofie. Ook kan het gebruik van bepaalde medicijnen invloed hebben op het zien van kleuren. Kleurenblindheid die op latere leeftijd ontstaat, komt bij mannen en vrouwen evenveel voor. Meestal gaat het om een blauw-geelafwijking.

Leven met kleurenblindheid

Kleurenblind zijn is lastig, ongeacht de vorm die je hebt. Niet alleen om de juiste kledingcombinaties aan te trekken, maar ook op andere vlakken. Soms kan het zelfs gevaarlijke situaties opleveren. Zo zijn bepaalde verkeersborden moeilijk om te lezen voor sommige kleurenblinden. En licht een waarschuwingslampje nou rood op of groen? Vaak zijn er wel oplossingen te vinden die het leven met kleurenblindheid makkelijker maken. Kleding kan gelabeld worden om te voorkomen dat je een vloekende combinatie aantrekt. En er zijn apps beschikbaar die kleuren benoemen. 

Kleurenblindheid testen

Er zijn veel verschillende testen voor kleurenblindheid. Een test die veel wordt gebruikt is de Ishihara-test. Deze test bestaat uit een set kaarten met gekleurde stippen, waarop in een afwijkende kleur cijfers of plaatjes staan. Niet-kleurenblinden kunnen deze cijfers of plaatjes zien. Een kleurenblinde ziet dit bij bepaalde kaarten niet, afhankelijk van het soort kleurenblindheid dat die persoon heeft. Er zijn verschillende kleurenblindheidstests op internet te vinden. Ook het Oogfonds heeft een oogtest waarmee kleurenblindheid wordt gecheckt. Maar wil je zeker weten of je kleurenblind bent, ga dan naar de oogarts.