Britt Roskam (1986) werd door hoge myopie en glaucoom plotseling slechtziend. Ze geeft nu les op een school voor blinde en slechtziende mensen. “Ik moest mezelf opnieuw uitvinden.”
“Toen ik als kind begon te kruipen, zagen mijn ouders al dat er iets aan de hand was”, vertelt Britt Roskam uit Destelbergen, België. “Ik bleef altijd heel dicht bij hen en ik had een oog dat wegdraaide als ik moe was.” De oogarts constateerde dat ze sterk bijziend was. Ze had al een bril nodig met minsterkte 10.
Hoge myopie
Britt heeft heel wat meegemaakt met haar ogen. Het begon allemaal met bijziendheid, ook wel myopie genoemd. Een bijziend oog is niet rond maar langwerpig. Daardoor valt het beeld niet goed op het netvlies en zie je wazig in de verte. Mensen met hoge bijziendheid hebben meer risico op andere aandoeningen, zoals staar en glaucoom. Tegenwoordig proberen oogartsen bijziendheid daarom af te remmen bij kinderen.
Niet zwemmen
In Britts jeugd was dat nog niet bekend. Zij ging eens per jaar naar de oogarts. Met haar bril zag ze weer bijna alles. “Het enige vervelende was dat ik op school vooraan moest zitten. En dat ik niet kon meedoen met zwemmen, omdat ik de instructie niet kon zien.”
Geen normale ogen
Naast de snel toenemende minsterkte kreeg Britt staar: haar ooglenzen werden wazig. Op haar 25e – ze had toen minsterkte 27 – was een staaroperatie nodig. Ze had intussen wel door dat ze “geen normale ogen” had. Kort voor haar eindexamen was haar oogarts daarover begonnen. “Hij zei voor het eerst: houd er rekening mee dat je met jouw ogen niet alles zal kunnen. Ik viel compleet van mijn stoel. Ik besefte toen pas dat het kennelijk niet normaal was om zo’n hoge minsterkte te hebben en veel dingen niet te kunnen zien.”
Studie optiek en optometrie
Veel uitleg gaf de oogarts niet. Britt kon geen piloot worden, maar de meeste beroepen zouden wel gaan. “Terwijl dat toen al niet echt correct was. Ik zag met mijn ene oog 60 procent en met mijn andere 80 procent.” Britt ging optiek en optometrie studeren. Maar haar zicht bleek te slecht om optometrist te worden. “Dat was heel confronterend. Maar ik ben koppig, dus ik heb toch mijn opleiding afgemaakt.”
Opeens slechtziend
Britt werkte een aantal jaren voor oogartsen. Daarna werd ze vertegenwoordiger bij een bedrijf dat hulpmiddelen verkoopt voor blinde en slechtziende mensen. Ze moest stoppen toen ze opeens slechtziend werd. “Op een ochtend werd ik wakker en zag ik bijna niks meer met mijn goede oog. Van de ene dag op de andere kon ik mijn baan niet meer uitvoeren.”
Leven weer oppakken
Britts netvlies was beschadigd en daar viel niets aan te doen. Plotseling was alles een “extreem grote uitdaging”: van de zorg voor haar eenjarige zoontje tot buiten lopen. Britt meldde zich aan bij Sint-Rafaël, een school in Gent voor mensen die slechtziend of blind zijn. “Ik wilde praktische dingen leren en mezelf opnieuw uitvinden. Ik dacht dat ik met een jaar mijn oude leven wel weer zou kunnen oppakken”, lacht ze. Uiteindelijk volgde ze er vier jaar trainingen, onder meer in lopen met een witte stok.
Rouwtherapeut
Psychologische hulp speciaal voor slechtziende en blinde mensen is er niet in België. Maar Britt vond steun bij een rouwtherapeut. “Wat je voelt als je je zicht moet opgeven, is voor een groot deel rouw.” Herkenning vindt ze bij lotgenotengroepen van de Oogvereniging. “Het is fijn te merken dat je niet de enige bent. Je kunt met lotgenoten delen hoe lastig iets is en hoort hoe anderen dingen aanpakken.” Wat Britt daarnaast helpt is dingen ondernemen. “Mijn man weet: als mijn zicht weer een stukje achteruitgaat, kan hij een lijstje verwachten met oplossingen om ons huis nog handiger in te richten.”
Geen alarmerende oogdruk
Intussen merkte Britt dat ze nog minder ging zien. Ze drong aan op onderzoek. “Mijn oogdruk steeg al jaren. Hij was alleen niet alarmerend hoog. Maar ik zei: ik zie steeds minder, hoe komt dat dan?” Ze bleek glaucoom te hebben. Daarbij sterven cellen in de oogzenuw, waardoor stukjes van het gezichtsveld verdwijnen. Patiënten hebben vaak een hogere oogdruk. Dat Britt ook glaucoom had, was “op een vreemde manier een opluchting”, vertelt ze. “Aan bijziendheid is niets te doen, maar glaucoom is af te remmen. Ik dacht: nu kunnen ze de achteruitgang van mijn zicht misschien vertragen.”
Late ontdekking
Britt komt nu elke drie maanden op controle. Kort geleden zijn haar ogen gelaserd om de oogdruk te verlagen. “Het is nog afwachten of dat heeft geholpen.” Andere operaties zijn door haar hoge bijziendheid misschien te riskant. Ze vindt het jammer dat de glaucoom niet eerder is opgemerkt. “Het was fijn geweest als de artsen er vroeger bij waren geweest. Nu weet niemand of dat voor mijn zicht verschil had uitgemaakt.” Ze raadt andere mensen daarom aan: kom voor jezelf op als je iets niet vertrouwt.
Ervaring doorgeven
Britt heeft een nieuwe loopbaan: ze geeft nu zelf les op Sint-Rafaël. Ze merkt dat cursisten blij zijn dat zij ook uit eigen ervaring spreekt. “Ik heb zelf bijvoorbeeld veel moeite gehad met stoklopen, dus ik herken die worsteling bij sommige cursisten. Maar ik kan ook duidelijk maken waarom het op termijn wel belangrijk is je stok te gebruiken.”
Betere behandelingen
Wetenschappelijk onderzoek naar oogziekten vindt Britt heel belangrijk. “Hoe meer we weten, hoe meer gedaan kan worden aan preventie. Snel handelen kan bij glaucoom een groot verschil maken.” Britt hoopt op betere technieken om te behandelen. “Ik zou graag minder ingrijpende behandelingen willen hebben.” Haar grootste wens is dat het mogelijk wordt het netvlies te herstellen. “Ze zijn daar hard naar op zoek. Maar dat zal nog wel een aantal jaren duren.”
Niet alleen negatief
Britt vindt haar slechtziendheid niet alleen negatief. “Was het toffer geweest als ik niet slechtziend was? Absoluut. Maar het heeft me ook gemaakt tot wie ik ben. Ik heb een baan die ik heel graag doe. En het heeft me anders naar het leven laten kijken. Voor ik slechtziend werd, hadden mijn man en ik een heel druk leven. Nu doen we alleen nog dingen waar we energie van krijgen.”