Onderzoekers Radboudumc ontdekken nieuwe genetische oorzaak van blindheid
Onderzoekers van het Radboudumc hebben een tot nu toe onbekende genetische oorzaak van erfelijke blindheid ontdekt. Zij vonden verandering in een bijzonder gen (RNU4-2), dat geen eiwit maakt maar alleen RNA. Dat kan leiden tot zogenaamde autosomaal dominante retinitis pigmentosa (RP), een ernstige oogziekte die wereldwijd ongeveer 1 op de 5.000 mensen treft. De ontdekking biedt duidelijkheid voor tientallen families en opent nieuwe mogelijkheden voor betere diagnostiek en erfelijkheidsadvies.
Wat is retinitis pigmentosa?
Retinitis pigmentosa is een erfelijke netvliesaandoening waarbij het zicht langzaam achteruitgaat. Mensen krijgen vaak eerst last van nachtblindheid, gevolgd door tunnelvisie. Dit gebeurt doordat de staafjes in het netvlies, die belangrijk zijn voor zien in het donker, afsterven. In een later stadium raken ook de kegeltjes aangetast, waardoor kleuren en details verdwijnen. Uiteindelijk kan dit leiden tot ernstige slechtziendheid of blindheid.
Hoewel inmiddels meer dan honderd genen bekend zijn die RP kunnen veroorzaken, blijft bij 30 tot 50 procent van de patiënten de genetische oorzaak onbekend, zelfs na uitgebreid DNA-onderzoek.
Van één familie naar wereldwijde doorbraak
De ontdekking begon bij een Amerikaanse familie waarin meerdere kinderen blind werden. Onder leiding van moleculair geneticus Susanne Roosing onderzochten Radboudumc-onderzoekers het volledige DNA van de ouders en kinderen. Daarbij vonden zij een verandering in het gen RNU4-2 – een gen dat geen eiwit aanmaakt, maar RNA produceert.
RNA uit dit type genen speelt een belangrijke rol bij het ‘bewerken’ van genetische informatie voordat een cel eiwitten kan maken. De gevonden verandering zit precies op een cruciaal scharnierpunt in dit RNA. Daardoor raakt een belangrijk regelmechanisme in het netvlies verstoord, wat uiteindelijk kan leiden tot blindheid.
Analyse van 5.000 patiënten
Na deze eerste vondst onderzochten de onderzoekers samen met internationale collega’s het DNA van 5.000 patiënten met RP bij wie de oorzaak nog onbekend was. Daarbij identificeerden zij, naast RNU4-2, vier vergelijkbare genen. In totaal kregen 153 mensen uit 67 families alsnog een genetische verklaring voor hun aandoening. Deze varianten verklaren nu ongeveer 1,4 procent van alle onverklaarde gevallen van RP wereldwijd.
Genetisch onderzoeker Kim Rodenburg noemt de ontdekking “een enorme stap vooruit”. Niet alleen omdat er een nieuwe oorzaak van blindheid is gevonden, maar ook omdat voor het eerst is aangetoond dat zogeheten niet-coderende RNA-genen een directe rol kunnen spelen bij erfelijke netvliesziekten.
Meer duidelijkheid voor families
Voor families die met RP te maken hebben, is deze doorbraak van grote betekenis. Zij weten nu waar de aandoening vandaan komt en kunnen beter geïnformeerd keuzes maken. In sommige gevallen is het bijvoorbeeld mogelijk om met ivf en embryoselectie te voorkomen dat de aandoening wordt doorgegeven aan een volgende generatie.
Nieuwe inzichten in erfelijke oogziekten
De ontdekking reikt verder dan retinitis pigmentosa alleen. Zij laat zien dat niet alleen genen die eiwitten maken belangrijk zijn, maar ook de ‘regelaars’ van het genetisch systeem. Dit opent nieuwe deuren voor onderzoek naar andere erfelijke oogziekten en vergroot wereldwijd het begrip van genetische blindheid.
Bronvermelding:
- Radboudumc – nieuwsbericht genetisch onderzoek retinitis pigmentosa
- Nature Genetics – publicatie over RNU4-2 en erfelijke netvliesziekten
- Oogartsen.nl – Retinitis pigmentosa