Behandeling van glaucoom

Glaucoom is te behandelen. Wel is het belangrijk dat hiermee tijdig wordt gestart. Schade die al aan de oogzenuw is ontstaan, kan namelijk niet meer worden hersteld. Behandeling is bedoeld om verdere schade af te remmen of te stoppen.

De behandeling is vooral gericht op het verlagen van de oogdruk. Ook bij een normale-oogdrukglaucoom kan een lagere oogdruk helpen om verder schade te voorkomen. In Nederland bestaan de behandelingsmogelijkheden meestal uit:

  • Oogdruppels
  • Laserbehandeling
  • Operaties (inclusief minimaal invasieve ingrepen)

De oogarts bespreekt met u welke combinatie van behandelingen passend is voor uw situatie.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe behandelvormen, en het is goed mogelijk dat in de toekomst aanvullende technieken beschikbaar komen.

1. Oogdruppels bij glaucoom

Oogdruppels zijn vaak de eerste stap in de behandeling van glaucoom. Ze verlagen de oogdruk door de evenwicht tussen aanmaak en afvoer van kamerwater in het oog te beïnvloeden. Druppels moeten over het algemeen dagelijks en langdurig gebruikt worden.

Medicijnen in oogdruppels kunnen de oogdruk op twee manieren verlagen:

Afvoer van kamerwater verbeteren

Dit gebeurt met middelen zoals prostaglandine-analogen (bijv. latanoprost, bimatoprost, tafluprost, travoprost). Deze middelen zijn in de praktijk vaak eerste keuze omdat ze behoorlijk effectief zijn in het verlagen van de oogdruk.
In specifieke situaties kan de oogarts ook andere middelen inzetten.

Aanmaak kamerwater verminderen

Bètablokkers (zoals timolol) en koolzuuranhydraseremmers als druppel (dorzolamide, brinzolamide) verlagen de oogdruk door de aanmaak van kamerwater te remmen.
Soms wordt in acute situaties (tijdelijk) een koolzuuranhydraseremmer als tablet gebruikt.

Oogdruppels die beide doen

Soms krijgt u een combinatie van middelen voorgeschreven als één middel niet voldoende effect heeft. Dat kan op twee manieren:

  • U gebruikt twee verschillende soorten oogdruppels, bijvoorbeeld een middel dat de aanmaak van kamerwater remt én een middel dat de afvoer verbetert.
  • Of u krijgt een combinatiedruppel, waarin twee werkzame stoffen in één flesje zijn samengevoegd. Dit kan het gebruik makkelijker maken.

Combinatiedruppels hebben als voordeel dat u minder vaak hoeft te druppelen. Soms bevatten ze ook minder conserveermiddelen, waardoor ze prettiger kunnen zijn voor het oog. Uw oogarts bespreekt met u welke behandeling het beste past bij uw situatie.

Juist gebruik van oogdruppels

Het is belangrijk dat u de oogdruppels elke dag gebruikt en ze op de juiste manier toedient. Zo werken ze het best. Tips:

  • Kies een vast moment op de dag om uw ogen te druppelen. Zo vergeet u het druppelen minder snel. Een alarm op uw telefoon kan daarbij helpen.
  • Moet u twee keer per dag druppelen? Probeer dit dan te doen met ongeveer 12 uur ertussen, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds.
  • Was altijd uw handen voordat u gaat druppelen.
  • Raak met het flesje uw oog of wimpers niet aan. Zo voorkomt u dat de druppels besmet raken.
  • Gebruikt u meerdere soorten oogdruppels? Wacht dan minstens 5 minuten tussen de verschillende druppels. Anders kan de ene druppel de andere wegspoelen.
  • Na het druppelen kunt u 1 tot 2 minuten zachtjes op het traankanaaltje drukken (aan de binnenkant van uw oog, naast de neus). Hierdoor komt er minder medicijn in uw keel en bloedbaan en heeft u minder kans op bijwerkingen.
  • Vindt u het druppelen moeilijk? Bij de apotheek kunt u hulpmiddelen krijgen die het druppelen makkelijker maken.
  • Controleer bij de apotheek altijd of u de juiste druppels meekrijgt. Heeft u per ongeluk de verkeerde druppels gekregen, ga dan terug naar de apotheek.

2. Laserbehandeling bij glaucoom

Laserbehandeling kan helpen om de oogdruk te verlagen. Bij openkamerhoekglaucoom wordt vaak gestart met oogdruppels, maar in sommige gevallen kan een laserbehandeling ook als eerste stap worden gekozen. Dit hangt af van het type glaucoom, de hoogte van de oogdruk en uw persoonlijke situatie.
Een voordeel van laserbehandeling is dat u mogelijk minder (of tijdelijk geen) oogdruppels nodig heeft. Ook is er geen dagelijkse medicatie nodig, waardoor de behandeling minder afhankelijk is van het dagelijks druppelen.
Bij een laserbehandeling hoeft het oog niet geopereerd te worden. De laserstraal gaat via het hoornvlies naar binnen, zonder dat er een snee of gaatje in het oog hoeft te worden gemaakt. Een laserbehandeling duurt meestal maar enkele minuten.

SLT-behandeling

De meest gebruikte laserbehandeling bij openkamerhoekglaucoom is SLT. SLT staat voor selectieve lasertrabeculoplastiek.
Bij SLT wordt het trabekelsysteem (het afvoersysteem voor kamerwater) met een laser behandeld. Hierdoor kan het afvoersysteem beter gaan werken en kan de oogdruk dalen. Het effect ontstaat meestal geleidelijk in de weken na de behandeling.
Voor de behandeling krijgt u verdovende oogdruppels. De behandeling duurt meestal maar een paar minuten. Daarna kunt u meestal direct naar huis. Het oog kan na afloop tijdelijk wat rood of gevoelig zijn.
Na enkele weken komt u terug voor controle. Dan beoordeelt de oogarts of de oogdruk voldoende is gedaald. Het effect van SLT kan meerdere jaren aanhouden. Soms is herhaling van de behandeling mogelijk.

Laseriridotomie

Bij een nauwe of gesloten kamerhoek kan de iris de doorgang van het kamerwater blokkeren. Dit kan leiden tot een (dreigende) acute aanval van geslotenkamerhoekglaucoom.
In zo’n situatie kan de oogarts een laseriridotomie uitvoeren. Daarbij wordt met een laser een klein gaatje in de iris gemaakt. Hierdoor kan het kamerwater beter doorstromen van de achterste naar de voorste oogkamer en kan het via de kamerhoek beter worden afgevoerd.
Laseriridotomie wordt ook wel YAG-iridotomie of perifere iridotomie genoemd.

Naast SLT en laseriridotomie bestaan er ook andere (laser)behandelingen bij glaucoom. Welke behandeling geschikt is, hangt af van het type glaucoom, de ernst van de aandoening en uw persoonlijke situatie.

3. Glaucoomoperatie

Als oogdruppels en laserbehandeling de oogdruk onvoldoende verlagen, kan een operatie nodig zijn. Het doel van een glaucoomoperatie is om de oogdruk te verlagen en zo verdere schade aan de oogzenuw te voorkomen.
Een glaucoomoperatie wordt meestal overwogen bij vergevorderd glaucoom of wanneer andere behandelingen niet voldoende helpen. Zoals bij elke operatie zijn er risico’s op complicaties. Daarom bespreekt de oogarts zorgvuldig met u wat in uw situatie de beste keuze is.
In sommige gevallen kan een operatie ook al in een eerder stadium worden besproken. Langdurig gebruik van oogdruppels – vooral druppels met conserveermiddelen – kan het bindvlies van het oog veranderen. Daardoor kan een latere operatie soms minder gunstige omstandigheden hebben om goed te genezen. Of een vroege operatie verstandig is, hangt af van meerdere factoren, zoals de ernst en snelheid van het glaucoom, uw leeftijd en hoe goed u tegen de druppels kunt.
Er bestaan verschillende soorten glaucoomoperaties. Hieronder staan de meest gebruikte.

Trabeculectomie

Bij een trabeculectomie maakt de oogarts een nieuw afvoerkanaal voor het kamerwater onder het bindvlies (conjunctiva), meestal onder het bovenooglid.
Via dit kanaal kan het kamerwater uit het oog wegstromen. Onder het bindvlies ontstaat daarbij een klein vochtblaasje, de zogenoemde bleb. Vanuit dit blaasje wordt het vocht opgenomen door het omliggende weefsel.
Na de operatie moet u een aantal weken rustig aan doen en regelmatig terugkomen voor controle. U krijgt oogdruppels om ontsteking en littekenvorming te remmen. Soms blijven aanvullende oogdrukverlagende druppels nodig.

Drainage-implantaat

De oogarts kan er ook voor kiezen een drainage-implantaat te plaatsen. Dit is een dun slangetje met daaraan een klein plaatje. Het implantaat helpt om het kamerwater beter af te voeren, zodat de oogdruk daalt.
Het slangetje wordt meestal in de voorste oogkamer geplaatst. In sommige situaties kan de oogarts ervoor kiezen het slangetje achter de iris te plaatsen, bijvoorbeeld om het hoornvlies zoveel mogelijk te ontzien. Het plaatje wordt onder het bindvlies aan de buitenkant van het oog bevestigd, meestal achter het bovenooglid.
Via het slangetje stroomt het kamerwater naar het plaatje. Daar wordt het opgenomen door het omliggende weefsel.
Er bestaan verschillende soorten drainage-implantaten. Veelgebruikte implantaten in Nederland zijn het Baerveldt-implantaat, het Ahmed-implantaat en het Paul-implantaat. Ze verschillen onder andere in grootte en in de manier waarop de afvoer wordt geregeld.
Bij drainage-implantaten kan het aantal cellen aan de binnenkant van het hoornvlies (het endotheel) in de loop van de tijd afnemen. Dit risico is groter wanneer het slangetje dicht bij het hoornvlies ligt. Daarom let de oogarts bij de operatie zorgvuldig op de positie van het implantaat.
Na de operatie wordt het hoornvlies zo nodig gecontroleerd. In een klein deel van de gevallen kan endotheelverlies op langere termijn leiden tot hoornvliesproblemen. De oogarts weegt dit risico af tegen het voordeel van een goede verlaging van de oogdruk.

Minimaal invasieve glaucoomchirurgie

De afgelopen jaren zijn minder ingrijpende operaties ontwikkeld: minimaal invasieve glaucoomchirurgie (MIGS). Hierbij plaatst de oogarts via een kleine opening in het oog een klein implantaat of voert een ingreep uit die de afvoer van kamerwater verbetert.
MIGS-operaties zijn meestal minder belastend voor het oog dan een trabeculectomie of een drainage-implantaat. Ze worden vooral toegepast bij mild tot matig openkamerhoekglaucoom.
Een voorbeeld is de iStent, een klein implantaat dat de natuurlijke afvoer van kamerwater kan verbeteren. Dit type stent wordt vaak geplaatst tijdens een staaroperatie. Omdat de oogarts dan toch al in het oog werkt, kan de ingreep gecombineerd worden. Door deze combinatie kan de oogdruk dalen en zijn soms minder oogdruppels nodig.
Andere implantaten, zoals de XEN-stent en de Preserflo Microshunt, zorgen ervoor dat kamerwater via een nieuw kanaal kan wegstromen naar een klein vochtblaasje onder het bindvlies, vergelijkbaar met het principe van een trabeculectomie.

Staaroperatie en glaucoom

Heeft u naast glaucoom ook staar, dan kan een staaroperatie soms een gunstig effect hebben op de oogdruk. Door de natuurlijke lens te vervangen ontstaat vaak meer ruimte in de voorkant van het oog, waardoor de afvoer van kamerwater kan verbeteren. Soms worden een staaroperatie en een glaucoomoperatie gecombineerd.

Glaucoom in het dagelijks leven

Veel mensen met glaucoom kunnen gewoon blijven werken en autorijden. Dit hangt vooral af van uw gezichtsveld. Glaucoom tast vaak eerst het zien aan de randen aan, en dat merkt u zelf niet altijd meteen.
U kunt zelf bijdragen aan het behoud van uw zicht door uw oogdruppels elke dag goed te gebruiken en alle controles bij de oogarts bij te wonen. Heeft u moeite met druppelen? Vraag dan bij de apotheek naar hulpmiddelen.
Twijfelt u over autorijden of krijgt u nieuwe klachten? Bespreek dit dan met uw oogarts.

Voorkant van de folder Glaucoom

Meer weten over glaucoom?
Ontvang de gratis brochure

Vraag direct aan

Dit is wat een persoon ziet met