Er zijn verschillende soorten glaucoom. Hieronder beschrijven we kort de belangrijkste soorten.
Alle soorten kunnen nog weer verder worden onderverdeeld. Daarbij maken artsen dan vaak het onderscheid tussen primair en secundair glaucoom. Ze noemen glaucoom ‘primair’ als het een op zichzelf staande ziekte is. Ze noemen glaucoom ‘secundair’ als het door iets anders komt. Bijvoorbeeld wanneer het wordt veroorzaakt door een andere ziekte, een ongeluk of het gebruik van bepaalde medicijnen.
1. Openkamerhoekglaucoom
Deze vorm van glaucoom komt het meest voor. Hij gaat meestal samen met een verhoogde oogdruk. Die verhoogde oogdruk ontstaat dan doordat het oog minder kamerwater afvoert dan het aanmaakt.
Het kamerwater is het vocht dat de oogkamers in het voorste deel van uw oog vult. Het zorgt er onder andere voor dat het hoornvlies en de lens voedingsstoffen krijgen en dat afvalstoffen worden afgevoerd. Daarom wordt het kamerwater de hele dag door ververst.
Kamerwater wordt aangemaakt door het corpus ciliare of straallichaam, dat als een ring achter de iris zit. Het kamerwater komt eerst in de achterste oogkamer, de ruimte tussen de iris en de lens. Daarna stroomt het tussen de iris en de lens door naar de voorste oogkamer. Daar wordt afgevoerd via de zogeheten kamerhoek. De kamerhoek is de schuine hoek in de voorste oogkamer waar de iris en het hoornvlies bij elkaar komen. Helemaal in de punt van deze hoek zit een reeks kleine openingen waardoor het kamerwater kan wegvloeien. Deze openingen worden het trabekelsysteem genoemd.
Primair openkamerhoekglaucoom
Bij het ouder worden kan de afvoer van kamerwater geleidelijk minder goed gaan werken dan de aanmaak ervan, waardoor de oogdruk kan stijgen. Daardoor loopt de druk in uw oog op. Wanneer hiervoor geen andere duidelijke medische oorzaak wordt gevonden en de kamerhoek open is, wordt dit primair openkamerhoekglaucoom genoemd.
Pseudo-exfoliatieglaucoom
Soms is er wél een andere oorzaak aanwijsbaar voor de slechtere afvoer van het kamerwater. Een voorbeeld is glaucoom door het pseudoexfoliatiesyndroom, afgekort PEX. Bij PEX komen overal in het lichaam, maar het meest zichtbaar in het oog, vlokjes van samenklonterende eiwitten voor. In het oog zijn deze vlokjes afkomstig van de lens. Als ze neerslaan in het trabekelsysteem van het oog, kan het kamerwater minder goed wegvloeien. Daardoor loopt de oogdruk op en ontstaat pseudo-exfoliatieglaucoom of PEX-glaucoom. Dit is een secundaire vorm van glaucoom.
PEX neemt sterk toe met de leeftijd; bij ouderen komt het relatief vaak voor. Mensen met PEX hebben een 5 tot 10 keer hoger risico op glaucoom.
Er zijn aanwijzingen dat vrije radicalen een rol spelen bij het ontstaan van PEX. Bij mensen met PEX worden meer tekenen gevonden van deze schadelijke stofjes in het lichaam. Factoren zoals roken en een ongezonde leefstijl kunnen zorgen voor meer vrije radicalen en zouden mogelijk bijdragen aan PEX. Het is echter niet bewezen dat deze factoren PEX direct veroorzaken.
Pigmentglaucoom
De afvoer van kamerwater kan ook verstopt raken door het pigmentdispersiesyndroom, afgekort PDS. Bij PDS laten er aan de achterzijde van de iris geregeld korreltjes kleurstof los: pigmentkorrels. Als deze in het trabekelsysteem belanden, wordt de afvoer van kamerwater moeilijker en kan glaucoom ontstaan. Dit wordt pigmentglaucoom genoemd. Ook dit is een secundaire vorm van openkamerhoekglaucoom.
Een zichtbaar teken van pigmentdispersie is de Krukenberg-spil, ofwel Krukenberg spindle. Dit is een verticale afzetting van pigment op het hoornvlies, aan de voorkant van het oog. De Krukenberg-spil is onschuldig op zichzelf, maar laat zien dat er pigment in het oog circuleert en kan wijzen op een verhoogd risico op pigmentglaucoom.
PDS komt voor bij ongeveer 2,5 tot 4 procent van de bevolking. Het komt vaker voor bij mannen, bij relatief jonge mensen en bij mensen met hoge bijziendheid. Intensieve lichamelijke activiteit kan pigmentloslating en tijdelijke oogdrukstijging veroorzaken. Het syndroom wordt vaker gezien bij mensen met een Europese achtergrond, maar leidt bij mensen met een Afrikaanse of Aziatische achtergrond relatief vaker tot pigmentglaucoom.
Glaucoom bij uveïtis
Ook bij inwendige oogontstekingen of uveïtis kan de afvoer van kamerwater verstopt raken. Dit komt dan doordat er ontstekingsstofjes in het trabekelsysteem neerslaan. Hierdoor kan de druk in korte tijd stijgen, en grote schade aanrichten aan de oogzenuw. Bij sommige vormen van uveïtis ontwikkelt tot wel 30 procent van de patiënten hierdoor glaucoom. Dit is meestal een secundaire vorm van openkamerhoekglaucoom. In sommige gevallen kan door verklevingen in het oog ook een andere vorm van glaucoom ontstaan.
Overigens kunnen ook de corticosteroïden die vaak worden gebruikt bij de behandeling van uveïtis, ervoor zorgen dat het trabekelsysteem verstopt raakt en er glaucoom ontstaat. Dit wordt dan steroïde-geïnduceerde glaucoom genoemd. Het gebruik van corticosteroïden voor een ontsteking elders in het lichaam kan hetzelfde effect hebben. Bij ongeveer 30 procent van de mensen stijgt de oogdruk bij gebruik van corticosteroïden. Bij 4 tot 6 procent stijgt de oogdruk zelfs sterk. Dit risico hangt af van het soort steroïde, de duur, toedieningsvorm en de gevoeligheid van de gebruiker.
Overproductie van kamerwater
Een verhoogde oogdruk ontstaat meestal doordat het kamerwater minder goed wordt afgevoerd. Echte overproductie van kamerwater komt maar zelden voor. Soms lijkt het alsof het oog tijdelijk te veel kamerwater maakt, terwijl de afvoer van het kamerwater is verstoord.
Een voorbeeld hiervan is het syndroom van Posner-Schlossman. Tijdens een actieve fase is er een lichte ontsteking in het oog. Hierdoor werkt het afvoersysteem van het oog tijdelijk minder goed en kan de oogdruk sterk stijgen. Dit is een secundaire vorm van openkamerhoekglaucoom.
Sommige medicijnen kunnen indirect zorgen voor een verhoogde oogdruk. Meestal gebeurt dit niet doordat er meer kamerwater wordt aangemaakt, maar doordat de afvoer wordt beïnvloed. Zo kunnen tricyclische antidepressiva bij mensen die hier gevoelig voor zijn een andere vorm van glaucoom uitlokken, bijvoorbeeld door een zgn wijde pupil.
In zeldzame gevallen kan een tumor van het straallichaam zorgen voor een verhoogde oogdruk. Dit komt soms doordat het oog meer kamerwater aanmaakt, maar vaker doordat de tumor de afvoer van het kamerwater belemmert. Hierdoor kan een secundaire vorm van glaucoom ontstaan.
2. Geslotenkamerhoekglaucoom
Bij geslotenkamerhoekglaucoom, ook wel nauwekamerhoekglaucoom genoemd, zitten de lens en de iris te dicht op het hoornvlies en is de kamerhoek vernauwd. Daardoor kan het kamerwater minder goed of níet wegvloeien naar het trabekelsysteem. Het vocht hoopt zich op en dat geeft een verhoogde oogdruk.
Geslotenkamerhoekglaucoom kan net als openkamerhoekglaucoom verder worden onderverdeeld. Hieronder beschrijven we een aantal vormen van geslotenkamerhoekglaucoom.
Chronisch geslotenkamerhoekglaucoom
De chronische vorm van geslotenkamerhoekglaucoom komt vooral voor bij mensen die erg verziend zijn. Hun oog is korter, waardoor er sowieso al minder ruimte is aan de voorkant van het oog. Met het ouder worden wordt de ooglens dikker en minder elastisch. Daardoor wordt de voorste oogkamer steeds ondieper en kan de iris geleidelijk de afvoerhoek van het oog (de kamerhoek) gedeeltelijk afsluiten. Zo ontstaat langzaam nauwe- of geslotenkamerhoekglaucoom. Ook bij staar gebeurt dit: de lens wordt dikker en neemt meer ruimte in. Dit verklaart waarom een staaroperatie vaak een gunstig effect heeft op de oogdruk: na het verwijderen van de dikke lens onstaat er weer meer ruimte in de kamerhoek, waardoor het kamerwater beter kan wegstromen.
Acuut glaucoom
Bij deze vorm van geslotenkamerhoekglaucoom raakt de kamerhoek in korte tijd volledig afgesloten. Het kamerwater kan niet meer weg, terwijl de aanmaak ervan gewoon doorgaat. Daardoor stijgt de oogdruk snel en sterk. Dit kan leiden tot plotseling wazig zien, lichtkringen om lampen, een rood en pijnlijk oog, hoofdpijn en misselijkheid of braken. Dit kan leiden tot blijvende schade aan het gezichtsveld. Daarom is snelle behandeling heel belangrijk. Acuut geslotenkamerhoekglaucoom kan zowel primair zijn (door de bouw van het oog) als secundair, waarbij een andere oogziekte de oorzaak is.
Glaucoom bij uveïtis
Een van de mogelijke oorzaken van acuut glaucoom is een inwendige oogontsteking ofwel uveïtis. Door zo’n ontsteking kunnen er verklevingen ontstaan tussen iris en lens. Het kamerwater duwt de iris naar voren en die sluit daardoor de doorgang naar de kamerhoek af.
Neovasculair glaucoom
Een andere oorzaak van acuut glaucoom kan zijn dat er nieuwe bloedvaatjes groeien op de iris of in de kamerhoek. Deze bloedvaatjes worden ook wel neovascularisaties genoemd. Als ze de afvoer van kamerwater blokkeren, kunnen ze neovasculair glaucoom veroorzaken.
Dat er nieuwe bloedvaatjes groeien in het oog, kan bijvoorbeeld een reactie zijn op de afsluiting van een bloedvat in het netvlies. Maar het kan ook komen doordat de bestaande bloedvaatjes zijn beschadigd door suikerziekte, zoals bij proliferatieve diabetische retinopathie.
3. Normale-oogdrukglaucoom
Bij deze vorm van glaucoom is er schade aan de oogzenuw en verlies van gezichtsveld, terwijl uw oogdruk niet verhoogd is. Deze vorm van glaucoom blijkt vaker voor te komen dan lang werd gedacht. Sommige onderzoekers schatten zelfs dat bijna de helft van de mensen met glaucoom géén verhoogde oogdruk heeft.
Het is nog niet precies bekend waardoor deze vorm van glaucoom ontstaat. Een van de mogelijke verklaringen luidt dat de oogzenuwen bij sommige mensen wat kwetsbaarder zijn, waardoor ze ook schade oplopen bij een normale oogdruk. Een andere theorie is dat een verminderde doorbloeding van de oogzenuwen een belangrijke rol speelt.
Er vindt veel onderzoek plaats naar deze vorm van glaucoom. Er wordt onder meer gekeken hoe oogzenuw beter kan worden beschermd tegen schade. Dit wordt ook wel ‘neuroprotectie’ genoemd.
4. Aangeboren glaucoom
Bij deze vorm van glaucoom kan het kamerwater niet goed worden afgevoerd door een aangeboren afwijking van de kamerhoek. Hierdoor ontstaat een verhoogde oogdruk. Dit kan leiden tot een troebel hoornvlies en schade aan de oogzenuw. Aangeboren glaucoom is een zeldzame vorm van glaucoom die al op jonge leeftijd ontstaat.
Meer weten over glaucoom?
Ontvang de gratis brochure